Melkboleet (Suillus granulatus)

Melkboleet


Kenmerkend voor boleten uit het geslacht Suillus zijn de korreltjes - opeenhopingen van gepigmenteerde, opgeblazen cellen - op de steel. Verder hebben deze boleten een kleverige hoed. Vaak is er een ring of er hangen velumrestjes aan de hoedrand. Deze boleten groeien onder dennen.
De hoed van de Melkboleet (Suillus granulatus) heeft een warme roodbruine kleur en is kleverig en glanzend en 3-9 cm groot. De buisjes zijn bleekgeel tot geelbruin. De poriën zijn klein en bleekgeel tot geelbruin van kleur. De porië scheiden waterige melkdruppels af. Deze zie je bij jonge exemplaren dan ook mooi onder de hoed hangen.
De steel is citroengeel en bezet met de eerder genoemde witte, waterafscheidende korreltjes aan de steeltop. De voet van de steel heeft een roodachtige tint.
Het vlees is citroengeel. De smaak is zwak, evenals de geur. De sporeekleur is okergeelbruin.
De soort komt vooral voor bij dennen in dennenbos langs de kust. Als je geluk hebt in gezelschap van de Koperrode spijkerzwam, waarvan vermoed wordt dat hij parasiteert op het mycelium van Suillus-boleten en Vezeltruffels.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Melkboleet
familieBoleten (Boleteceae)
info familieDe familie van de Boleten is vrij gemakkelijk te herkennen. Het zijn vlezige paddenstoelen met meestal een centrale steel en een gewelfde hoed. Onder de hoed zitten geen plaatjes, maar er zit een buisjeslaag. Deze laag is gemakkelijk van de hoed los te trekken.
Belangrijk voor de determinatie is het feit dat ze bijna allemaal gebonden zijn aan een bepaalde boom of struik.
Er zijn diverse geslachten in deze familie. Om te bepalen tot welk geslacht de boleet behoort kun je allereerst naar het oppervlak van de hoed kijken. Is dit glad, schubbig, vezelig, vilt- of zeemleer-, dan wel fluweelachtig? Verder kijk je of het oppervlak droog is of juist kleverig of slijmerig.
Verder is ook de kleur van de hoed belangrijk.
De buisjeslaag kan breed aangehecht aan de steel zijn, of uitgebocht aangehecht zijn of bijna vrij zijn van de steel. Kenmerkend voor bijvoorbeeld het geslacht Suillus is de op de steel aflopende buisjeslaag.
Ook de opening van de buisjes, de pore, speelt een rol bij determinatie. Die opening kan klein en rond zijn, groot en rond, klein en hoekig of grof en onregelmatig hoekig.
En dan is er de steel. Behalve de vorm (cilindrisch, opgezwollen buikig, bochtig of wortelend) is het oppervlak belangrijk. Er zijn drie typen. Het oppervlak heeft een netwerk (als een netkousje over de steel). Dit netwerk heeft ook weer een onderscheidende kleur. Een tweede mogelijkheid is dat het oppervlak bedekt is met fijne tot grove schubjes. Deze schubjes hebben vaak een contrasterende kleur. Als derde mogelijkheid kunnen er fijne donkere vlekjes op het steeloppervlak zitten.
Het vlees van boleten verkleurt vaak bij beschadiging. Het al dan niet verkleuren en de kleur van de verkleuring is vaak kenmerkend voor een bepaalde soort.
Geur en smaak zijn minder bepalend, behalve bij de Peperboleet en de Bittere boleet.
Een sporee maken kan ook bijdragen, er is een heel scala aan kleuren mogelijk.

Al met al een heel gedoe dus!
geslacht Boleet (Suillius)
info geslacht Tot het geslacht Suillus behoren de Melkboleet, Ringboleet, Koeienboleet en Holsteelboleet.
Leden van dit geslacht leven vaak samen met leden van de Spijkerzwamfamilie of met vezeltruffels. Zo vind je in de duinen met wat geluk naast de Melkboleet de Koperrode spijkerzwam. In dennenbossen op zandgronden kun je de Koeienboleet vinden in gezelschap van de Roze spijkerzwam.
Het geslacht Suillus komt bijna altijd voor in gezelschap van naaldbomen. In Nederland komen ongeveer 12 soorten voor, meestal bij Grove den.
Veel soorten hebben klierpuntjes, vlekjes, op de steel. Onder de microscoop zie je dan cystiden met een donker geïncrustreerde wand en soms ook bruine pigmentklodders in de celinhoud.
De buisjeslag bestaat of uit grove, min of meer hoekige tot langwerpige porïn, met vaak een grof gekartelde rand of uit regelmatige, kleine poriën.

Hoed droog
Steel hol, hoed donkerbruin, bij Lariks -> Holsteelboleet
Hoed rozebruin, glad, iets kleverig bij vocht, porië vrij grof en gelig -> Koeienboleet
Hoed kleverig
Met ring, bij den of lariks
hoed bruin, melkend -> Melkboleet
Porië klein
hoed donkerbruin, zonder geeltinten, steel met klierpuntjes, bij 2-naaldige den -> Bruine ringboleet
hoed geelbruin tot roodbruin, steel zonder klierpuntjes, vlees vooral in de voet van de steel blauw verkleurend, bij lariks -> Gele ringboleet
naam Melkboleet (Suillus granulatus)
waar bij dennen, vooral in de kuststreek, duinen
sporeekleur olijfbruin
hoed halfbol met ingerolde rand, later vlak gewelfd, oppervlak slijmerig, bruinoranje
steel ongeveer zo lang als dia hoed, geen velum, droog, bovenste deel met kleine klierpuntjes, bleek gelig
plaatjes buisjeslaag kort op de steel aflopend, geel,porën regelmatig, vrij klein, geel, jonge ex. vaak met witte druppels