Zuurbesbremraap

Zuurbesbremraap (Orobanche lucorum)

De plant is meestal fors, ongeveer 10-60 cm hoog. De steel is slank tot fors, meestal goudgeel, geelbruin of paarsachtig gekleurd, klierig behaard, aan de onderzijde met dicht op elkaar staande schubben, naar boven toe zijn er minder schubben. De onderste schubben zijn driehoekig en bijna onbehaard, de hogere driehoekig tot lancetvormig, klierachtig behaard en staan rechtop tot gespreid.

De zuurbesbremraap bloeit rijk. De bloemen staan aanvankelijk in een dichte, cilindrische tros, later losser en langer. Er zijn geen steunblaadjes. Er is 1 schutblad. Dit is ongeveer even lang als de kroonblaadjes, donkerbruin van kleur, spaarzaam klierig behaard of glad, lancetvormig met een bruine of zwarte, gebogen top, vaak horizontaal uitstaand.

De kelkblaadjes zijn gaaf of onregelmatig 2-tandig, meestal half zo lang als de kroonblaadjes, klierig behaard, geaderd, meestal hetzelfde gekleurd als de kroonblaadjes, de basis vaak iets lichter.

De bloemen zijn gemiddeld groot en staan horizontaal of naar onderen gebogen uit.

De bloemkroonbuis is meestal 12-21 mm lang, opgeblazen boven de inplanting van de meeldraden en bezet met talrijke lichte kliertjes. De kleur is geelbruin, roodbruin of oranje tot roodachtig geel. De rugzijde van de bloemkroonbuis is sterk gebogen vanaf de basis tot aan het midden en vandaar bijna recht tot aan de bovenlip.

De bovenlip van de bloemkroon is gekield, uitgerand of 2-lobbig met recht lobben. De onderlip van de bloemkroon is gebogen en heeft drie gekartelde, ronde lobben. De meeldraden zijn ingeplant 2-3 mm boven de basis van de bloemkroonbuis en omgeven door goudgele honingklieren. De helmdraden zijn rijk behaard aan de onderzijde en meestal minder behaard naar boven toe. De helmknoppen zijn behaard op de naad. De stijl is meestal glad of weinig behaard. De stempel bestaat uit 2 goudgele of oranje, later bruine lobben. De bloemen zijn zwak geurend.
Kenmerken van het geslacht Bremraap  (Orobanche) waartoe Zuurbesbremraap behoort.

Het geslacht Bremraap (Orobanche) binnen de Bremraapfamilie ontleent haar naam aan de eigenschappen van de Grote Bremraap (O. rapum-genistae): deze soort woekert uitsluitend op Brem en de forse stengel is, waar hij vergroeid is met de wortel van de Brem, verdikt tot een dik beschubde knol of raap.

De bremrapen zijn fraaie, hoog oprijzende planten, die wat doen denken aan orchideeën zonder bladgroen. Handigste kenmerk bij determinatie is de gastplant. Elke soort heeft zo haar eigen voorkeuren. De meest algemene soort is de Walstrobremraap.

Behalve de gastheer zijn er natuurlijk ook uiterlijke verschillen aan de hand waarvan je de soort op naam kunt brengen. Het gaat hierbij vooral om de kenmerken van de kelkblaadjes. Ook de kleur van de stempel kan een rol spelen.

- De kelk vormt één geheel en heeft 4-5 tanden, onder elke bloem zitten 3 schutblaadjes, 1 grote en 2 kleintjes ==> Hennepvreter, Blauwe bremraap
- In alle andere gevallen bestaat de kelk uit twee helften die soms hooguit aan de voet nog aan elkaar vastzitten. Elke helft heeft 1 of 2 tanden.

- De stempel is geel ==> Grote bremraap, Klimopbremraap, Rode bremraap of een zeldzame variant van Walstrobremraap.
- De stempel is purperkleurig, bruin, violet of rood ==> Walstrobremraap, Bitterkruidbremraap, Klavervreter, Bleke bremraap, Violette bremraap

In de duinen tref je vooral de Walstrobremraap en de Bitterkruidbremraap aan. De Blauwe bremraap is ook een soort van de duinen, maar uiterst zeldzaam.

Walstrobremraap - De twee helften van de kelk raken elkaar aan de voorzijde. Om dit te constateren moet je eerst het lange schutblad naar beneden trekken. De kelkbladen zijn meernervig en ongeveer half zo lang als de kroonbuis. De bloemkroon is op de rug gekromd. De meeldraden zijn minstens tot het midden behaard. De bloemen zijn geelachtig tot roodbruin, ze ruiken naar kruidnagel. De bovenlip heeft naar voren gerichte tanden.
Bitterkruidbremraap
- De twee helften van de kelk staan los van elkaar. De kelkbladen zijn ongeveer even lang als de kroonbuis. Ze zijn ongedeeld of hebben een tandje. De meeldraden zijn vanaf de voet tot ongeveer halverwege behaard. De stempel is donkerbruin. De bloemkroon is geelwit, violet geaderd, op de rug recht en aan de top naar voren gekromd. De lippen zijn stomp getand. De bovenlip is ongedeeld.


Bremrapen en hun gastheer
  • Grote bremraap (O. rapum-genistae)- Brem
  • Klimopbremraap (O. hederae) - Klimop (vaak in tuinen)
  • Rode bremraap (O. lutea) - Luzerne, Sikkelklaver
  • Walstrobremraap (O. vulgaris) - Walstro en andere Sterbladigen, soms op Composieten
  • Bitterkruidbremraap (O. picridis) - Bitterkruid
  • Klavervreter (O. minor) - Vlinderbloemigen, Peen, Kaardebol
  • Bleke bremraap (O. pallidiflora) - Distelsoorten
  • Violette bremraap O. amethystea) - Kruisdistel
  • Centauriebremraap (O. major) - Grote Centaurie
  • Blauwe bremraap (O. purpurea) - Gewoon duizendblad, Duinaveruit en andere Alsem-soorten
  • Distelbremraap (O. reticulata) - Distel- en Vederdistelsoorten

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - zuurbesbremraap
familieBremraapfamilie (Orobanchaceae )
info familieDe leden van de bremraapfamilie zijn wortelparasieten. Als kiemplantje boort de plant zich al in de wortel van de gastplant en groeit vandaar uit omhoog. Ook de nieuwe wortels hechten zich aan de gastplant.
Aanvankelijk behoorde alleen het geslacht Bremraap tot deze familie. Nieuwere inzichten leidden ertoe dat ook de Schubwortel, en weer later ook een aantal leden van de Helmkruidfamilie bij deze familie werden ingedeeld.
De geslachten Schubwortel en Bremraap binnen deze famillie hebben geen bladgroen, maar zijn in plaats daarvan bedekt met bleke of bruine schubben. Andere geslachten zoals de Ogentroost en Ratelaar hebben wel groene bladeren.
De stijlen staan boven op het vruchtbeginsel. Bij leden van de lipbloemfamilie staat de stijl tussen de vier delen van het vruchtbeginsel. Er zijn 2-4 meeldraden, de kelk is 4- of 5-tallig. De kroonslippen (bloemblaadjes) zijn ongelijk van grootte en vorm.
naam zuurbesbremraap (Orobanche lucorum)
waar parasiteert op de zuurbes
bloei juli - augustus
kleur goudgeel
blad geen blad, schubben op de stengel
vrucht windzaad