Zuid-afrikaanse gierst (Panicum schinzii)

Zuid-afrikaanse gierst


De Zuid-Afrikaanse gierst is een sierlijk pluimgras. Grassen uit dit geslacht hebben een harig tongetje.
Een eerste onderscheid tussen de soorten van dit geslacht vind je bij de bladschede. Is deze kaal of behaard?
De Zuid-Afrikaanse en Kale gierst (P. schinzii en P. dichotomiflorum) hebben een kale bladschede. Het onderste kelkkafje is klein en de lengte bedraagt hooguit 1/3 van de lengte van het kroonkafje, bij Vingergras (P. virgatum) is het onderste kelkkafje even lang als het kroonkafje.

Het aartje van de Zuid-Afrikaanse gierst is eivormig, stomp, 2-2,6 mm lang en ongeveer 1,2 mm breed. Het onderste kelkkafje is 3-nervig, de onderste bloem is mannelijk.

Het aartje van de Kale gierst is langgerekt, iets toegespitst, 2,4-3,2 mm lang en ongeveer 1 mm breed, het onderste kelkkafje is 1-nervig, de onderste bloem is steriel.

Zuid-Afrikaanse gierst is 30-120 cm hoog. De pluim is los.
Deze gierst-soorten komen hoofdzakelijk voor in Oost-Nederland en dan vooral op maïsakkers en in de berm.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Zuid-afrikaanse_gierst
familieGrassenfamilie (Gramineeën of Poaceae)
info familieGrassen zijn éénjarige of overblijvende planten. De overblijvende planten vormen zoden of hebben lange, kruipende wortelstokken.
De stengel is meestal hol en rond, op de knopen zitten tussenschotjes.
De bladen zijn afwisselend geplaatst en hebben een schede die over een grote lengte de halm omsluit en vaak open is. Op de grens van de bladschede en de bladschijf bevindt zich een vliesje, het tongetje. De bloemen zijn meestal tweeslachtig.

Elk bloempje is omgeven door twee schutblaadjes, de kroonkafjes. Meerdere bloempjes bij elkaar vormen een aartje (bloempakje). Aan de voet van dit aartje zitten vaak twee schutblaadjes, deze worden kelkkafjes genoemd. Op de kroon- en kelkkafjes zit vaak een lang uitsteeksel, de kafnaald. Deze kleine aartjes van meerdere bloempjes vormen samen dan weer een aar, een aarpluim of een pluim.

Bij een aar (Aargrassen) zijn de kleine aartjes (bloempakjes) ongesteeld of zeer kort gesteeld. Ze zitten daardoor stijf tegen de stengel gedrukt.
Bij aarpluimgrassen zitten de kleine aartjes op korte steeltjes. De bloeiwijze lijkt dan op een aar, maar als je de kleine aartjes opzij buigt, zie je dat er een kort steeltjes is.
De pluimgrassen hebben zwierige zijtakken die zelf vaak ook weer vertakt zijn.


De vrucht, graankorrel, bevat 1 zaad.

Grassen zijn windbloeiers, d.w.z. ze laten hun stuifmeel verspreiden door de wind.

Uit dit hele verhaal begrijp je waarschijnlijk al dat het determineren van grassen niet eenvoudig is. Kijk o.a naar de volgende punten:
- heeft het gras lange wortelstokken of is het zodenvormend?
- vormt het gras een aar, een aarpluim of een pluim?
- bevinden zich op elke tand 1 of meerdere aartjes ?
- zitten er in het aartje meerdere volkomen bloemen, d.w.z. bloemen met stamper en meeldraden, of is er slechts 1 volkomen bloem en zijn de andere bloempjes in het aartje mannelijk?
- Is er een kafnaald? Is deze lang of kort? Geknikt?
- Zijn er 1 of meerdere kelkkafjes?
- Steken de bloemen boven de kelkkafjes uit?
- Hoe ziet het tongetje eruit?
- Is de bladschede gesloten of geopend?
- Hoe ziet het blad eruit?
geslacht Vingergras (Panicum)
info geslacht Pluimgrassen met een aartje waarin zich slechts 1 volkomen bloem bevindt. Wel zijn er soms nog enkele extra mannelijke bloemen. Er zijn geen kafnaalden. Er is geen duidelijke hoofdas, alle vertakkingen zijn min of meer even groot. Er zijn veel vertakkingen. Er is een vliezig tongetje.
naam Zuid-afrikaanse_gierst (Panicum schinzii)
waar op open, vochtige tot droge, voedselrijke grond op maïsakkers en langs bermen
bloei juli - oktober
kleur onderste bloem mannelijk, palea tijdens bloei half open, aartje 2,3-2,8 mm lang, eivormig
blad blad 10-40 cm lang, 5-15 cm breed - middelste en bovente bladscheden kaal, onderste spaarzaam behaard, tongetje harig
vrucht graanvrucht