Weidehavikskruid (Hiƫracium pratense)

Weidehavikskruid


Een van de vier havikskruiden met bebladerde uitlopers (Muizenoor, Spits havikskruid, Weidehavikskruid, Oranje havikskruid).
Ook te herkennen aan het omwindsel dat niet uitstaat en bedekt is met zwarte borstelharen en klieren.
De bloemen staan in een dichte schermvormige pluim.
De rechtopstaande stengel is vooral aan de onderzijde bedekt met lange zachte haren.
Het blad is gaafrandig, behaard en staat in een rozet. De stengel draagt hooguit enkele bladen. De bladen lopen naar de stengel af.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Weidehavikskruid
familieComposietenfamilie (Compositae of Asteraceae:)
info familieDe Composietenfamilie is op de Orchideeënfamilie na de grootste plantenfamilie. Meer dan een tiende deel van onze inlandse soorten behoren tot deze groep. Kenmerkend voor deze familie is de samenstelling van de bloem: elke ′bloem′ bestaat uit een aantal kleine bloempjes. Die kleine bloempjes hebben niet ieder een eigen kelk, maar ze worden bijeengehouden door een korfje of omwindsel van blaadjes. Zie voor meer informatie over deze familie Infoteksten/gele composieten elders op deze site.
geslacht Havikskruid (Hiëracium)
info geslacht Bloemen zwavelgeel. De steel is met korte, grijze haren bezet. De bladen hebben opstaande haren. Óf de bloeistengels zijn onbebladerd en onvertakt. Er staan 2-4 zwavelgele bloemen bijeen aan de top van de bloemsteel. Het blad is gaafrandig, lepelvormig en bezet met enkele, lange haren. Óf bloemen heldergeel of roodachtig geel. Bladen onderaan de plant ovaal of hoekig, met lange tanden, soms bruinrood gevlekt. Soms een enkel stengelblad.

Het omwindsel is vast aangesloten.

Sommige havikskruiden hebben bebladerde uitlopers.
naam Weidehavikskruid (Hiëracium pratense)
waar weiden en loofbos, droge zandgrond
bloei juni - augustus
kleur goudgeel
blad grasgroen, gaafranding, in een rozet, langwerpig tot lancetvormig, naar voren toe vaak breder, de onderste zijn vaak stomp, de bovenste spits, week, niet zeer smal, met lange zachte haren bedekt
vrucht vrucht met pluis