Vrouwenschoentje

Vrouwenschoentje (Cypripedium calceolus)

Het Vrouwen- of Venusschoentje is met haar felgele, grote, op een muiltje lijkende lip en donkerbruine kelk- en kroonbladen een opvallende orchidee.
De felgele onderlip doet dienst als insectenval. De bodem is extra versierd met rode stippen. Insecten (vooral zandbijen) die afkomen op de felle kleuren en geuren van de bloem vinden geen houvast op het gladde staminodium, dat als een wit met rood gestippeld schild voor de meeldraden en de stamper hangt. Als van een glijbaan glijden de insecten in het muiltje. Om te ontsnappen is er een opening aan de achterzijde van het muiltje. Omn deze te bereiken passeren de insecten de meeldraden en de stamper, waarbij al aanwezig stuifmeel vastkleeft op de stamper en nieuw stuifmeel zich hecht op het insect.
Venusschoentjes komen in Nederland niet in het wild voor. Je moet er voor naar het Teutoburgerwald in Duitsland. Maar inmiddels is de plant wel verkrijgbaar in het tuincentrum. Dure planten die erg geliefd zijn bij slakken.
Kenmerken van het geslacht Cypripedium  (Cypripedium) waartoe Vrouwenschoentje behoort.

Van het geslacht Cypripedium komt slechts 1 soort in Europa voor, het Vrouwen- of Venusschoentje (C. calceolus).
Leden van dit geslacht zijn terrestrisch. Ze komen voornamelijk in subtropische en gematigde klimaatzones van het noordelijk halfrond voor.
Planten uit dit geslacht hebben een dikke wortelstok voorzien van een velamen (een soort vlies). Uit de wortelstok groeit jaarlijks een nieuwe knop.
De bladeren staan over de gehele lengte van de stengel verspreid. Het blad is meestal behaard, lancetvormig tot ovaal, duidelijk generfd en in de lengte gevouwen.
Er zijn drie kelkbladen (sepalen) en drie kroonbladen (petalen). De 2 zijdelings sepalen zijn meestal naar beneden gebogen en met elkaar vergroeid. Het bovenste kelkblad is vaak opvallend groot en fraai gekleurd. De zijdelingse kroonbladen zijn kort en rond of langgerekt en spiraalvormig en vaak voorzien van vlekken en uitstulpingen.
De lip is buidelvormig en dient als insectenval. De insecten worden gelokt door de kleur en de geur van de bloem. Eenmaal gevangen in de buidel kunnen zij slechts door een smalle opening achter het schildvormige staminodium (een steriele meeldraad) ontsnappen. Daarbij passeren ze de stamper en de meeldraden en nemen het stuifmeel mee.loem

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - vrouwenschoentje
familieOrchideeënfamilie (Orchidaceae)
info familieLeden van deze familie hebben bladen met een gave rand, ze zijn meestal lancetvormig, aan de voet vaak stengelomvattend.
De bloemen staan in aren, trossen of pluimen.
De bloemen zijn symmetrisch, ze hebben 6 kroonblaadjes en zijn vaak opvallend gekleurd.
Vijf van de zes kroonblaadjes zijn vaak naar elkaar toegebogen en vormen zo een soort helm, het zesde blaadje staat apart, is groter dan de overige blaadjes en wordt lip genoemd. Deze lip loopt vaak uit in een spoor.



Bij de inlandse orchideeën zijn de stijl, de stempel en 1 meeldraad zonder helmdraad, dus alleen een helmknopje, vergroeid tot een zuiltje. Het helmknopje bestaat uit twee hokjes en zit meestal voor de stempel.
In de hokjes zit het stuifmeel in de vorm van een klompje. Deze stuifmeelklompjes hebben een steeltje. Het einde van dit steeltje is weer vergroeid met een snaveltje (rostellum). Een deel van dit snaveltje is veranderd in gom of in een paar kleefschijfjes. De stuifmeelklompjes groeien hieraan vast. Soms liggen de schijfje bloot, bv. bij de Muggenorchis. Bij andere geslachten ligt ieder schijfje weer in een napje. Ook kunnen beide schijfjes in 1 napje liggen.

Onder de stempelplek ligt bij vele soorten de ingang tot de spoor waar de honing bewaard wordt. Bij sporenloze orchideeën ligt de honing op de onderlip.

Als nu een insect, op zoek naar de honing, tegen de kleefschijfjes aankomt, dan plakken deze inclusief de stuifmeelklompjes vast op de kop van het insect. Is er een beursje, dan klapt dit bij aanraking terug en komen de kleefschijfjes bloot te liggen en kunnen ze vastplakken op de kop van het insect. De steeltjes van de klompjes staan dan rechtovereind op de kop van het insect. Na een paar seconden, net genoeg voor het insect om een volgende bloem te vinden, buigen de steeltjes door en kunnen het stuifmeel overbrengen op de bloem waar het insect zich inmiddels bevindt.

Oorspronkelijk bloeiden orchideeën met de lip naar boven gericht. Dit bleek onhandig voor de insecten die op hun kop op de lip moesten landen om bij de honing te kunnen. De evolutie heeft dit gecorrigeerd door het onderstandige vruchtbeginsel een halve slag te draaien - de bloem, die in de knop nog naar boven is gericht - wordt nu bij het openen gedraaid.



De andere twee binnenste bloemdekblaadjes zijn meestal ongeveer gelijk van vorm met de drie van de buitenste krans. Soms vormen ze samen met de bovenste van de buitenkrans een soort helm boven de stempelzuil.
Orchideeën leven in symbiose met bodemschimmels die de wortels binnendringen. Het heeft dan ook geen zin om orchideeën uit te graven voor in de tuin: ze zullen het niet overleven.
naam vrouwenschoentje (Cypripedium calceolus)
waar op matig voedselrijke, humusrijke en kalkrijke bodem, in open naald- of loofbossen, boszomen, schaduwrijke hellingen en graslanden
bloei mei - begin juili
kleur lip felgeel, overige bloembladen donkerrood tot bruin
blad 3-4 bladeren, eirond tot langwerpig, 6-12 cm lang, lichtgroen, sterk geribd, stengelomvattend
vrucht doosvrucht, fijn behaard