Steeneik (Quercus ilex)

Steeneik


De steeneik is een groenblijvende eik uit Zuid-Europa. Vaak aangeplant ter beschutting tegen zilte zeewind of tegen luchtvervuiling. De hoogte varieert van struikvormig tot 30 meter hoog.
De kroon is dicht, breed en koepelvormig. De takken zijn opgaand. De schors is bruinachtig zwart tot zwart en tot vierkante platen gebarsten.
De twijgen van de steeneik zijn slank, dof grijsachtig bruin en voorzien van wollige haartjes. Op de twijgen zitten kleine, geelbruine knoppen. De eindknop heeft ongekrulde borsteltjes.
De bladeren zijn lang en smal tot eirond, dik en leerachtig. Ze lijken wat op het blad van hulst. De bladeren aan de jonge loten hebben een getande rand als bescherming tegen vraat. Bij het ouder worden van de twijg wordt het blad meer gegolf en uiteindelijk glad. De bovenzijde is ruw en glanzend groen, de onderzijde grijsachtig groen. De bladsteel is wollig behaard en 1-2 cm lang.
Het hout van de steeneik is zeer hard en zwaar en wordt gebruikt voor onderdelen die zwaar belast worden, b.v. voor de kammen van de wielen in windmolens. De bast wordt gebruikt voor het looien van huiden.
De eikels van de steeneik zijn eetbaar en worden in Spanje vooral veel gebruikt voor het voederen van de Iberische varkens.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Steeneik
familieNapjesdragersfamilie (Fagaceae)
info familieEenhuizige bomen. De bladen staan verspreid, ze zijn enkelvoudig en hebben afvallende steunblaadjes. Mannelijke bloemen in lange of kluwenvormige, katoenachtige bloeiwijzen, met 5-8 delig, weinig ontwikkeld bloemdek en 6-12 meeldraden. Vrouwelijke bloemen 1-3 (5) bijeen in bekervormig,later leerachtig of houtig worden omhulsel (napje). Vruchtbeginsel onverstandig, 3-6 hokkig. Stijlen 3-6 of 1 stijl met 3 stempels. Vrucht is een nootje
geslacht Eik (Quercus)
info geslacht -
naam Steeneik (Quercus ilex)
waar oorspronkelijk uit Zuid-Europa, hier aangeplant, bestand tegen zilte zeewind en luchtvervuiling, matig winterhard
bloei
kleur bleke, goudgele katjes
blad lang en smal tot eirond, dik, leerachtig, lijken wat op hulstblad. Blad aan jonge loten getand, later meer gegolfd en uiteindelijk glad
vrucht eikel van 1,5-2 cm lang, in diepe napjes met viltige schubben