Ridderzuring (Rumex obtusifolius)

Ridderzuring


Een zeer algemene plant in bermen en langs wegen. Een van die onkruidplanten waar je meestal aan voorbijloopt. Toch zijn de bloempjes met hun vruchtkleppen met knobbel en uitsteeksels de moeite van nader bekijken waard. De knobbels zijn vaak rood aangelopen.

De drie vruchtkleppen hebben elk 3 tot 5 vrij lange, spitse tanden aan beide kanten en ten minste voor een deel een knobbel aan de voet van de middennerf. De knobbels van de vruchtkleppen zijn glad, hoogstens na het drogen gerimpeld. De uitsteeksels aan de vruchtkleppen onderscheiden de ridderzuring van de andere zuringsoorten.

De onderste bladen zijn tamelijk breed en stomp, de hogere spitser. De randen zijn min of meer gaaf en vlak, hooguit iets golvend, maar niet zo boerenkoolachtig gekroesd als het blad van de Krulzuring.

Onderscheidende kenmerken:
- bladrand min of meer gaaf en vlak, geen spitse voetslippen
- geen blaadjes tot in de stengeltop
- lange, spitse uitsteeksels aan de drie vruchtdekslippen

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Ridderzuring
familieDuizendknoopfamilie (Polygonaceae)
info familiePlanten niet klimmend of windend. De bloemen zijn 2-slachtig. Er zijn meer of minder dan 6 bloemdekbladen. De bloeiende stengels zijn bebladerd. Soms is een deel van de bladen grondstandig. Er zijn 10 of minder meeldraden. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. De bladeren staan verspreid. De stengel heeft op de knopen vliezige, stengelomvattende, tot een tuitje vergroeide steunblaadjes.
geslacht Zuring (Rumex)
info geslacht De bloemen van dit geslacht hebben dunne steeltjes en hangen min of meer over in trossen of pluimen. Het zijn windbloemen. Ze zijn soms twee-, soms éénslachtig. De vrucht is driekantig en lijkt op een zaadje. Het wordt omsloten door vruchtdekslippen, de sterk uitgegroeide drie binnenste bloemdekslippen die als een soort vleugeltjes voor de verspreiding zorgen.
Het blad bevat zuringzout.
Er zijn veel bastaardsoorten zuring.
naam Ridderzuring (Rumex obtusifolius)
waar op vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond op grazige of beschaduwde plaatsen, berm
bloei juni - oktober
kleur groenig
blad wortel- en onderste stengelbladen groot en breed, met diep hartvormige voet, de hogere bladen smaller -wortelbladen breed en diep hartvormig, deels stomp, deels spitser
vrucht vruchtkleppen driehoekig-langwerpig, aan de top tongvormig uitgetrokken, alle met dikke knobbels, 3-6 mm