Moerasandijvie

Moerasandijvie (Tephroseris palustris)

De Moerasandijvie is een gele composiet die vooral voorkomt in laagveengebieden, in de Oostvaardersplassen en rond het Lauwersmeer.
Kenmerkend zijn de korte 19-22 lintbloemen en het wollige, enkelvoudige omwindsel (geen buitenomwindsel). De hoofdjes zijn 2-2,2 cm groot en staan in een vrij dichte schermvormige pluim.

De rozetbladeren zijn langwerpig en worden tot 20 cm lang. Ze zijn wat vlezig en naar de voet versmald, gesteeld en kroezig diep bochtig ingesneden. In de bloeitijd zijn deze bladeren meestal afgestorven.
De stengelbladeren zijn langwerpig-eirond, grof getand tot bijna gaafrandig en ze hebben een brede, stengelomvattende voet.

De stengel is kleverig behaard, 1-4 cm dik en hol.

De nootjes zijn sterk geribd en kaal.
Kenmerken van het geslacht Tephroseris  (Tephroseris) waartoe Moerasandijvie behoort.

In Nederland komt slechts 1 soort van dit geslacht voor, de Moerasandijvie

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - moerasandijvie
familieComposietenfamilie (Compositae of Asteraceae:)
info familieDe Composietenfamilie is op de Orchideeënfamilie na de grootste plantenfamilie. Meer dan een tiende deel van onze inlandse soorten behoren tot deze groep. Kenmerkend voor deze familie is de samenstelling van de bloem: elke ′bloem′ bestaat uit een aantal kleine bloempjes. Die kleine bloempjes hebben niet ieder een eigen kelk, maar ze worden bijeengehouden door een korfje of omwindsel van blaadjes. Zie voor meer informatie over deze familie Infoteksten/gele composieten elders op deze site.
naam moerasandijvie (Tephroseris palustris)
waar op open, natte, of drooggevallen, vaak stikstofrijke plaatsen in kreken, slootkanten, duinplassen
bloei mei - juli
kleur geel, korte lintbloemen, geen buitenomwindselblaadjes
blad wortelbladen gesteeld, diep bochtig getand, in bloeitijd meestal afgestorven. Stengelbladen lancetvormig, grof getand
vrucht nootjes sterk geribd, kaal