Melganzenvoet

Melganzenvoet (Chenopodium album)

Melganzenvoet is een onkruid dat veel voorkomt op vers aangebrachte gronden, dus op bijv. bouwterreinen. Ze kunnen binnen een seizoen de hele cyclus van zaad tot zaad voltooien.
De bredere onderste bladen zijn sterk bochtig getand tot spies- of ruitvormig. Ze lijken een beetje op een ganzenvoet. De bovenste bladen zijn langwerpig tot lancetvormig. De onderkant van de bladeren is vaak grijsgroen (melig) bestoven.
De stengel is gegroefd en vaak rood aangelopen.
De bloemen zijn klein, groenig en soms ook wat rood aangelopen. Bij jonge planten kan de bloeiwijze wat melig behaard zijn. De bloemdekbladen zijn afgerond. De bloemen staan in een kluwachtige tros.
De pollen worden door de wind verspreid.

Het zaad van Melganzenvoet werd vroeger tot voedsel vermalen.
Melganzenvoet bloeit in de zomer.

Van een afstand doet de plant aan Bijvoet. Deze laatste heeft echter onder aan de stengel veerdelige bladeren, een roodbruine tot paarsbruine stengel en buisbloempjes.
Kenmerken van het geslacht Ganzenvoet  (Chenopodium) waartoe Melganzenvoet behoort.

Het blad van de Ganzenvoet is breed en vrij lang.
Anders dan bij het geslacht Melde groeien de blaadjes rond de stamper niet door, wel krijgen ze soms stekels of ze worden vlezig en rood. De bloemen van leden van het Ganzenvoet zijn tweeslachtig, dus de stamper en de meeldraden staan in 1 bloem. De stamper en later het vruchtje staan vrij in het bloemdek (bij het geslacht Biet zijn de stamper en het bloemdek aan de voet vergroeid.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - melganzenvoet
familieGanzenvoetfamilie (Chenopodiaceae)
info familieDeze familie wordt tegenwoordig tot de Amarantenfamilie gerekend. Omdat het een lastige familie is die voor een groot deel bestaat uit kustplanten beschrijf ik de Ganzenvoet toch maar als aparte familie.

De naam is ontleend aan de vorm van het blad dat op een ganzenpootje lijkt. Deze vorm geldt dan vaak voor het onderste blad, het bovenste blad is meestal lang en smal.
Zoals gezegd, de Ganzenvoetfamilie is een lastige familie om te determineren.
Het belangrijkste kenmerk vormen de meestal kleine bloemen. Deze hebben geen kelk en kroon, maar een enkelvoudig bloemdek, of helemaal geen bloembekleedsels (-blaadjes). Vaak hebben ze 5 of minder meeldraden, of alleen een stamper met 2-4 stempels. Het zijn dus eenslachtige bloemen. De onopvallende bloempjes hebben nauwelijks honing en worden weinig door insecten bezocht. Maar het zijn ook geen echte windbloemen, daarvoor is het stuifmeel te kleverig. Blijft zelfbestuiving over.
Voor het herkennen van de plant is het belangrijk goed te kijken naar de al dan niet aanwezige bloemdekblaadjes, en als deze er zijn, naar hoe ze eruit zien. Vaak groeien de 2 bloemdekblaadjes uit tot een beursje waar de vrucht in ligt. Daarnaast is ook de vorm van het blad belangrijk.
De Ganzenvoetfamilie is zoutminnend en je vindt de planten dan ook veel aan het strand of op zeer droge grond. Zoals bij veel planten die onder zware omstandigheden moeten zien te overleven, hebben ook de leden van de Ganzenvoetfamilie dikke, vlezige bladen of stengels.
Tot de familie Ganzenvoet behoren o.a. Zeekraal, Vlieszaad, Loogkruid, Schorrenkruid, Melde-soorten en Ganzenvoetsoorten.
naam melganzenvoet (Chenopodium album)
waar vooral op braakliggend terrein
bloei juli - herfst
kleur wit
blad verspreid staand, zeer variabel van vorm, onderste bladen breder en bochtig getand tot spies- of ruitvormig, bovenste bladeren gaafrandig en lancetvormig, grijs bestoven
vrucht gladde zaden, breder dan hoog, hoogte 1,6 mm