Klein hoefblad (Tussilago farfara)

Klein hoefblad


Klein hoefblad is misschien wel de ultieme zomerbode. Tussen de toch altijd wat terughoudende kleuren en vormen van de sneeuwklokjes, krokussen, narcissen en bosanemoontjes, spat het zomergeel van het Klein hoefblad, temidden van dorre sprieten en takken, je tegemoet. Een belofte van een zomerse bloemenpracht.

Klein hoefblad is een pioniersplant en komt veel voor op vochtige, voedselrijke, omgewerkte, meestal kalkhoudende grond.
De bloemen verschijnen eerder dan het blad. Op de bloemstengel zitten eirond-lancetvormige schubben. Deze zijn groen, bruin of roodachtig. Het blad ontspringt later uit de wortelstok en is min of meer rond met een hartvormige voet. De rand is hoekig en ongelijk getand. De bovenzijde van het blad is bedekt met een spinnenwebachtige beharing, de onderzijde is witviltig.
Elke stengel bevat 1 samengestelde, goudgele bloem (Composietenfamilie). Deze bestaat uit ca. 300 vrouwelijke lintbloemen (langs de rand) en 30-40 mannelijke buisbloemen (in het midden).

Van de gedroogde bladeren kan een thee worden getrokken die helpt tegen hoest. Misschien is de naam hoefblad een verhaspeling van hoestblad.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Klein_hoefblad
familieComposietenfamilie (Compositae of Asteraceae:)
info familieDe Composietenfamilie is op de Orchideeënfamilie na de grootste plantenfamilie. Meer dan een tiende deel van onze inlandse soorten behoren tot deze groep. Kenmerkend voor deze familie is de samenstelling van de bloem: elke ′bloem′ bestaat uit een aantal kleine bloempjes. Die kleine bloempjes hebben niet ieder een eigen kelk, maar ze worden bijeengehouden door een korfje of omwindsel van blaadjes. Zie voor meer informatie over deze familie Infoteksten/gele composieten elders op deze site.
geslacht Tussilago (Tussilago)
info geslacht De enige plant in dit geslacht is het Klein hoefblad
naam Klein_hoefblad (Tussilago farfara)
waar algemeen langs wegbermen etc.
bloei februari-april
kleur geel
blad min of meer rond, met hartvormige voet, verschijnt pas na de bloei, rand hoekig en ongelijk getand, bovenzijde bedekt met spinnenwebachtige beharing, onderzijde witviltig
vrucht zaad