Grote vossenstaart (Alopecurus pratensis)

Grote vossenstaart


De Grote vossenstaart is een van de eerste bloeiende grassen in het voorjaar. Je vindt haar vaak in gezelschap van het bloeiende Fluitenkruid.

Grote vossenstaart groeit in een aarvormige pluim. De pluim is aan de boven- en onderzijde stomp. De zijtakjes elk met 4-6 aartjes. De kelkkafjes hebben een ongevleugelde kiel, geen kafnaald en zijn stomp. De middennerf is behaard met schuin afstaande, zachte wimperharen, daardoor voelt de aar zacht aan. De aartjes bevatten 1 bloem. Tongetje korter dan 1 cm. De ribben van het blad breken niet bij ombuigen. De lemma (het bovenste kroonkafje) heeft een korte, bijna bij de voet ontspringende kafnaald en wordt geheel door de kelkkafjes ingesloten, dunvliezig. De kafnaald treedt ruim buiten de kelkkafjes.
De stengel is aan de voet niet knolvormig verdikt.

De helmknoppen zijn bleekgeel of paarsrood, na de bloei bruinachtig. Aartjes 2,5-6 mm lang. Bladen meestal zonder waslaagje.

Vergelijk de Geknikte vossenstaart - deze heeft, de naam zegt het al, een aan de voet geknikte stengel. Het geknikte deel ligt op de grond en wortelt op de knopen.
De aartjes zijn korter dan die van de Grote vossenstaart - 2,5-3,5 mm. De bloeiwijze van de Geknikte is 3-7 mm breed, die van de Grote 5-10 mm. De ribben op de bovenzijde van het blad staan dichtopeen, die van de Grote vossenstaart staan ver uit elkaar. Het tongetje is 2-5 mm lang en in het midden veel hoger dan aan de randen (Grote vossenstaart 1-2,5 mm en overal even hoog). De helmknoppen zijn 1,5-2 mm lang, die van de Grote vossenstaart zijn 2-3,5 mm lang.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Grote_vossenstaart
familieGrassenfamilie (Gramineeën of Poaceae)
info familieGrassen zijn éénjarige of overblijvende planten. De overblijvende planten vormen zoden of hebben lange, kruipende wortelstokken.
De stengel is meestal hol en rond, op de knopen zitten tussenschotjes.
De bladen zijn afwisselend geplaatst en hebben een schede die over een grote lengte de halm omsluit en vaak open is. Op de grens van de bladschede en de bladschijf bevindt zich een vliesje, het tongetje. De bloemen zijn meestal tweeslachtig.

Elk bloempje is omgeven door twee schutblaadjes, de kroonkafjes. Meerdere bloempjes bij elkaar vormen een aartje (bloempakje). Aan de voet van dit aartje zitten vaak twee schutblaadjes, deze worden kelkkafjes genoemd. Op de kroon- en kelkkafjes zit vaak een lang uitsteeksel, de kafnaald. Deze kleine aartjes van meerdere bloempjes vormen samen dan weer een aar, een aarpluim of een pluim.

Bij een aar (Aargrassen) zijn de kleine aartjes (bloempakjes) ongesteeld of zeer kort gesteeld. Ze zitten daardoor stijf tegen de stengel gedrukt.
Bij aarpluimgrassen zitten de kleine aartjes op korte steeltjes. De bloeiwijze lijkt dan op een aar, maar als je de kleine aartjes opzij buigt, zie je dat er een kort steeltjes is.
De pluimgrassen hebben zwierige zijtakken die zelf vaak ook weer vertakt zijn.


De vrucht, graankorrel, bevat 1 zaad.

Grassen zijn windbloeiers, d.w.z. ze laten hun stuifmeel verspreiden door de wind.

Uit dit hele verhaal begrijp je waarschijnlijk al dat het determineren van grassen niet eenvoudig is. Kijk o.a naar de volgende punten:
- heeft het gras lange wortelstokken of is het zodenvormend?
- vormt het gras een aar, een aarpluim of een pluim?
- bevinden zich op elke tand 1 of meerdere aartjes ?
- zitten er in het aartje meerdere volkomen bloemen, d.w.z. bloemen met stamper en meeldraden, of is er slechts 1 volkomen bloem en zijn de andere bloempjes in het aartje mannelijk?
- Is er een kafnaald? Is deze lang of kort? Geknikt?
- Zijn er 1 of meerdere kelkkafjes?
- Steken de bloemen boven de kelkkafjes uit?
- Hoe ziet het tongetje eruit?
- Is de bladschede gesloten of geopend?
- Hoe ziet het blad eruit?
geslacht Vossenstaart (Alopecurus)
info geslacht Het geslacht Vossenstaart behoort tot de Aarpluimgrassen. De aarpluim is slap en voelt zacht aan. Ieder aartje bevat slechts 1 bloempje. Er zijn 3 meeldraden. Geen geur bij stukwrijven. Bloeiwijze cilindervormig, meestal vrij lang.
Kelkkafjes ongenaald. Kroonkafjes met naald die tussen de kelkkafjes verborgen kan zijn.
naam Grote_vossenstaart (Alopecurus pratensis)
waar in wei- en hooilanden
bloei mei, juni-september
kleur -
blad ribben op de bladbovenzijde vrij ver uiteen geplaatst, nauwelijks uitspringend, tongetje 1-2,5mm lang, in het midden nauwelijks hoger dan aan de zijden
vrucht zaadkorrel met 1 zaad