Groot blaasjeskruid (Utricularia vulgaris)

Groot blaasjeskruid


De spoor van Groot blaasjeskruid is lang en smal. Alle bladen dragen vangblaasjes. De bovenlip en het masker zijn ongeveer even lang. Tijdens de bloei krullen de randen van de onderlip om. De bloemsteel is driemaal zo lang als het schutblaadje aan de voet. Na de bloei hangen de vruchten aan gebogen stelen.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Groot_blaasjeskruid
familieBlaasjeskruidfamilie (Lentibulariaceae)
info familieWater- of moerasplanten met 2-5-delige kelk, 2-lippige bloemkroon met spoor, 2 meeldraden, 1 stamper met een 1-hokkig vruchtbeginsel en centrale zaaddrager en 1 stijl. De vrucht is een doosvrucht.
geslacht Blaasjeskruid (Utricularia)
info geslacht Waterplanten zonder wortels, geheel ondergedoken. Alleen de bloemstengels steken boven het water uit.

De bladen zijn in fijne slipjes verdeeld. Alle of sommige dragen kleine blaasjes. Die blaasjes hebben een opening met een klepje, dat naar binnen toe open kan, maar niet naar buiten. Zo kunnen insecten naar binnen wandelen, maar niet meer terug naar buiten. In het blaasje verteert het insect en dient als voedsel voor de plant.
De plant overwintert door middel van zogenaamde winterknoppen, dit zijn dicht aaneengesloten bladen op een stukje stengel dat tegen de winter naar de bodem zinkt.
De bloemen zijn echte bijenbloemen met een spoor en een masker (een plooi in de onderlip die de toegang tot de spoor afsluit) met honingmerk.

Blaasjeskruid heeft een ′prikkelbare′ stempel: zodra een bezoeker de stempel aanraakt, krult deze naar voren om en strijkt daarbij door de haren van het insect. Eventueel aanwezige stuifmeelkorrels komen zo op de stempel terecht. Ook voorkomt dit omkrullen dat bij het terugtrekken van de zuiger het stuifmeel van de bloem zelf op de stempel terechtkomt.
naam Groot_blaasjeskruid (Utricularia vulgaris)
waar in sloten en plassen
bloei juni - augustus
kleur helder geel
blad blad met vangblaasjes
vrucht doosvrucht