Groenknolorchis (Liparis loeselii)

Groenknolorchis


De Groenknolorchis heeft een tros met 1-10 bloemen. De bloemblaadjes zijn groenachtig geel. De buitenste en binnenste bloemdekblaadjes* zijn lijnvormig. De lip is ca. 5 mm lang, fors, gootvormig gevouwen, vaak naar boven gericht, langwerpig, stomp en aan de rand vaak fijn gekarteld.
De bloemsteeltjes zijn een halve tot een hele slag gedraaid.

* Wanneer het niet duidelijk is of de bloemblaadjes kelk- of kroonblaadjes zijn, gebruikt men de term bloemdekblad.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Groenknolorchis
familieOrchideeënfamilie (Orchidaceae)
info familieLeden van deze familie hebben bladen met een gave rand, ze zijn meestal lancetvormig, aan de voet vaak stengelomvattend.
De bloemen staan in aren, trossen of pluimen.
De bloemen zijn symmetrisch, ze hebben 6 kroonblaadjes en zijn vaak opvallend gekleurd.
Vijf van de zes kroonblaadjes zijn vaak naar elkaar toegebogen en vormen zo een soort helm, het zesde blaadje staat apart, is groter dan de overige blaadjes en wordt lip genoemd. Deze lip loopt vaak uit in een spoor.

De inlandse orchideeën bezitten in de bloem een zuiltje, dit is een vergroeiing van de stijl, de stempel en 1 meeldraad zonder helmdraad, dus alleen een helmknopje. Het helmknopje bestaat uit twee hokjes en zit meestal voor de stempel. In de hokjes zit het stuifmeel in de vorm van een klompje. Deze stuifmeelklompjes hebben een steeltje. Het einde van dit steeltje is weer vergroeid met een snaveltje (rostellum). Een deel van dit snaveltje is veranderd in gom of in een paar kleefschijfjes. De stuifmeelklompjes groeien hieraan vast. Soms liggen de schijfje bloot, bv. bij de Muggenorchis. Bij andere geslachten ligt ieder schijfje weer in een napje. Ook kunnen beide schijfjes in 1 napje liggen.
Onder de stempelplek ligt bij vele soorten de ingang tot de spoor waar de honing bewaard wordt. Bij sporenloze orchideeën ligt de honing op de onderlip.
Als nu een insect, op zoek naar de honing, tegen de kleefschijfjes aankomt dan plakken deze inclusief de stuifmeelklompjes vast op de kop van het insect. Is er een beursje, dan klapt dit bij aanraking terug en komen de kleefschijfjes bloot te liggen en kunnen ze vastplakken op de kop van het insect. De steeltjes van de klompjes staan dan rechtovereind op de kop van het insect. Na een paar seconden, net genoeg voor het insect om een volgende bloem te vinden, buigen de steeltjes door en kunnen het stuifmeel overbrengen op de bloem waar het insect zich inmiddels bevindt.
Oorspronkelijk bloeiden orchideeŽn met de lip naar boven gericht. Dit bleek onhandig voor de insecten die op hun kop op de lip moesten landen om bij de honing te kunnen. De evolutie heeft dit gecorrigeerd door het onderstandige vruchtbeginsel een halve slag te draaien - de bloem, die in de knop nog naar boven is gericht - wordt nu bij het openen gedraaid.

De andere twee binnenste bloemdekblaadjes zijn meestal ongeveer gelijk van vorm met de drie van de buitenste krans. Soms vormen ze samen met de bovenste van de buitenkrans een soort helm boven de stempelzuil.
Orchideeën leven in symbiose met bodemschimmels die de wortels binnendringen. Het heeft dan ook geen zin om orchideeën uit te graven voor in de tuin: ze zullen het niet overleven.
geslacht Liparis (Liparis)
info geslacht In Nederland komt slechts 1 Liparis-soort voor: de Groenknolorchis.
Liparis-soorten zijn kleine tot middelgrote orchideeën. Ze hebben eivormig tot cilindrisch verdikte pseudobulben (bolwortels), die vaak vergroeid zijn. Het blad en de stengel spruiten aan de zijkant. De bloemkrans bestaat uit 5 bloemdekbladen, deze zijn vaak draadvormig. Elke bloem heeft een klein, stijf schutblaadje. De stengel is driehoekig. Het lipje is aan de top eirond en omgekromd, het staat rechtop. De helmknop is doosvormig. De bladen zijn opvallend glanzend groen. Aan de onderkant bevindt zich een vliezige schede, omsloten door een derde, onvolgroeid blad. De 2 bladen zijn niet gelijk. Eén blad is korter, breder, stomper en enigszins langwerpig eirond, het ander is langer, smaller, lancetvormig en puntig.
naam Groenknolorchis (Liparis loeselii)
waar op natte, voedselarme grond, in duinvalleien en trilvenen
bloei mei - juli
kleur geelgroen
blad stengel aan de voet 2-bladig, blad langwerpig.
vrucht doosvrucht