Gewone ossentong (Anchusa officinalis)

Gewone ossentong


Gewone ossentong valt op door haar intens blauwe bloemetjes, maar ook lichtblauwe of zelfs roze bloemen komen voor. De Gewone ossentong heeft vrij grote, ruw behaarde bladeren. Tussen de bloemen staan hooguit korte blaadjes (korter dan de groene kelk). De kroonbuis is afgesloten door 5 stompe knobbeltjes. De bloemen staan rechtop, de knoppen hangen omlaag. De bloempjes zijn klein. Ze lijken wat op vergeet-mij-nietjes, maar bij de ossentong zit aan de voet van de bloem een klein schutblaadje. Als de onderste bloempjes in vruchtjes (nootjes) veranderen wordt de bloeiwijze langer. Zonminnende plant. Geliefd bij bijen. Hoogte 30-80 cm.

De bloemetjes van de Kromhals lijken op de ossentong, zij het dat ze intens lichtblauw zijn. De kroonbuis is wit. Ook deze plant heeft harige bladeren. Het bloemetje van de Kromhals heeft echter zoals de naam al aangeeft een ′kromme hals′, de kroonbuis is gebogen. Het bloempje lijkt hierdoor wat weggedoken tussen het blad te staan. De Gewone ossentong heeft een rechte kroonbuis en staat wat ′uitdagender′ in het veld.

De Overblijvende ossentong (A. sempervirens) heeft hemelsblauwe bloemen, die op lange stelen in de bladoksels staan. Het blad is veel breder dan het blad van de Gewone ossentong. Het is een (soms verwilderde) tuinplant.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Gewone_ossentong
familieRuwbladigenfamilie (Boraginaceeën)
info familieDe familie is duidelijk te herkennen aan de in schichten geplaatste bloemen, d.w.z. in twee rijen, naast elkaar, afwisselend naar rechts- en linksboven gericht.
Deze schichten zijn vaak aan de top opgerold en ontrollen zich tijdens het ontluiken.
De bladen zijn vaak ruw- , maar ook zachtharig of zelfs onbehaard.
Het vruchtbeginsel is duidelijk van buiten in vieren gedeeld met de stijl in het midden. Hieruit ontstaat een splitvrucht die in vier op zaden lijkende dopvruchtjes uiteenvalt. Dit kenmerk zie je ook bij de Lipbloemigen, maar ze onderscheiden zich van deze door de nooit regelmatig kruiswijs staande bladen en door de 5 meeldraden.
Veel soorten hebben naar binnen uitstekende plooien in de bloemkroon, de zgn. kroonschubben, die dikwijls de stamper en meeldraden bijna geheel overdekken
Ruwbladigen hebben opvallende bloemen en worden druk bezocht door insecten.
Aan de dopvruchtjes zitten vaak weerhaakjes.
geslacht Ossentong (Anchusa)
info geslacht De meeldraden steken niet naar buiten. De bloemkroonbuis is door harige kroonschubben afgesloten, de helmknopjes zijn niet zichtbaar. De stengel staat rechtop. De bloemen aan de toppen van de takken staan in duidelijke schichten. De kelk is na de bloei niet vergroot. De bladen staan verspreid. Elke bloem staat in de oksel van een blaadje. De bloemen zijn trechtervormig, blauw en hebben duidelijke, harige kroonschubben. De vruchtjes zijn niet stekelig, wel gerimpeld.
naam Gewone_ossentong (Anchusa officinalis)
waar duinen, langs wegen
bloei juli - oktober
kleur blauw, diepblauw, ook roze
blad smal, grijsgroen door ruwe beharing
vrucht nootjes