Geschubde mannetjesvaren

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

Geschubde mannetjesvaren (Dryopteris affinis)

De Geschubde mannetjesvaren (Dryopteris affinis var affinis) is een overblijvende, wintergroene varen. Dit in tegenstelling tot de gewone Mannetjesvaren (D. filix-mas) en de D. affinis var borreri.
De bladspil is dicht bedekt met donkere schubben.
Het blad is overhangend, de deelblaadjes zijn bijna rechthoekig van vorm en ondiep gezaagd. Kenmerkend is de zwarte vlek op de deelblaadjes bij de aanhechting aan de bladspil. Het blad is lancetvormig tot omgekeerd eirond en eenmaal geveerd.
De sporenhoopjes zijn groot en rond en liggen in groepjes van 1-3 langs de beide zijden van de middennerf van de bladslipjes. Ze hebben een niervormig dekvliesje.
Kenmerken van het geslacht Niervaren  (Dryopteris) waartoe Geschubde mannetjesvaren behoort.

De sporendoosjes van dit geslacht staan in rondachtige hoopjes en zijn geheel, of gedeeltelijk, bedekt door een, meestal aan 1 kant ingesneden (niervormig) vliesje. Later in het jaar worden deze vliesjes vaak onduidelijk.

Geslacht Niervaren

- Veren alleenstaand, wortelstok zwart, in veenmoerassen ==>Moerasvaren

- Veren in bundels

- Veren (totale blad) in het midden het breedst
==> Stippelvaren (slippen van de deelblaadjes gaaf, zeldzaam)

==> Naaldvaren (slippen van de deelblaadjes fijn gezaagd - uitlopend in naaldjes, zeldzaam

==> Mannetjesvaren (slippen van de deelblaadjes niet genaald, algemeen)

Veren (totale blad) onderaan even breed of breder dan het midden en de top ==> Stekelvaren (sterk samengestelde blaadjes naar de top toe steeds kleiner, daardoor bladvorm driehoekig)

==> Kamvaren (blaadjes diep ingesneden, maar niet samengesteld, over de gehele lengte van het blad even groot, alleen top iets kleiner)

SPECIFICATIES - geschubde_mannetjesvaren
familieNiervarenfamilie (Dryopteridaceae )
info familieEen familie van voornamelijk op de grond levende varens. De wortelstok is kort, rechtopstaand of opstijgend en beschubd.
De bladen staan in bundels, ongeleed met de wortelstok. De steel heeft aan de voet 5 of meer vaatbundels.
De sporenhoopjes zijn rond en bedekt met een nier- of schildvormig dekvliesje.

Sleutel tot de geslachten volgens Heimans

- Bladen niet ingesneden ==> Tongvaren, Addertong

- Bladen diep ingesneden tot samengesteld
- - Gehele blad zelf diep ingesneden of samengesteld, maar deelblaadjes niet ingesneden (blad enkelgeveerd)
==> Maanvaren, Schubvaren, Eikvaren, Dubbelloof, Steenbreekvaren, Streepvaren

- Gehele blad bestaat uit blaadjes die zelf ook weer ingesneden zijn (blad dubbelgeveerd)
- -Bladen alleenstaand (telkens 1 stengel uit de wortelstok) ==> Adelaarsvaren, Beukvaren, Moerasvaren, Smalle beukvaren

- Bladen staan in bundels, meestal naar elkaar toegekeerd.

- Kleine, fijne varentjes (korter dan 30 cm) op oude muren, in rotsspleten, aan beschaduwde holle wegen en meer van dit soort locaties of sierplanten
==> Steenbreekvaren, Blaasvaren, Streepvaren, Venushaar

- Grotere planten, op min of meer vochtige grond groeiend
- -Vruchtbare veren zonder bladmoes in de bovenste blaadjes, de toppen lijken verdord. Blad dubbel geveerd, deelblaadjes gaafrandig, breder dan 1 cm en stomp ==> Koningsvaren

- Alle veren gelijk van vorm, blad minder dan 1 cm breed en niet gaafrandig. Enkel- tot dubbelgeveerd
- - De onderste, zelf weer samengestelde zijblaadjes zijn het langst van alle, zodat de veer onderaan het breedst is
==> Stekelvaren

- De onderste zijblaadjes zijn korter dan de middelste, breedste deel blad in het midden of bij smalle bladen gehele blad ongeveer even breed.

- Zijblaadjes tot bijna bij de middennerf ingesneden. Sporendoosjes in streep- of haakvormige hoopjes ==> Wijfjesvaren

- Zijblaadjes hooguit iets ingesneden, nooit tot aan de middennerf. Sporendoosje in ronde hoopjes ==> Niervaren (Moerasvaren, Stippelvaren, Naaldvaren, Mannetjesvaren, Stekelvaren, Kamvaren)
naam geschubde_mannetjesvaren (Dryopteris affinis)
waar in vochtige loofbossen en oude naaldbossen
bloei juni-oktober, wintergroen
kleur -
blad overhangend, tot 80 cm lang, lancetvormig tot omgekeerd eirond en eenmaal geveerd, blaadjes bijna rechthoekig van vorm, ondiep gezaagd met stekelpuntige top en zacht afgeronde zijkanten. Kenmerkende zwarte vlek aan de basis bij de bladsteel
vrucht sporenhoopjes groot en rond in groepjes van 1-3 langs beide zijden van de middennerf van de bladslipjes, met niervormig dekvliesje