Duinviooltje

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

Duinviooltje (Viola curtisii)

Geen mooier tafereeltje dan het vrolijk blauwpaars-geel-wit gekleurde duinviooltje in het witte duinzand. Heerlijk om te fotograferen ook, liggend in het door het eerste lentezonnetje verwarmde zand.
Het duinviooltje groeit op voedselarme duingrond. De plant komt vlak achter de zeereep voor, op plaatsen waar konijnekeutels de grond een klein beetje bemest hebben en de konijnen zelf de grond wat opengewoeld hebben. Het duinviooltje is de een van de waardplanten van de duinparelmoervlinder en de kleine parelmoervlinder.
De plant heeft een verticale wortelstok die zich vertakt in meestal opstijgende stengels. De steunblaadjes zijn veerdelig.
Sleutel: De bloemstengel heeft blaadjes. De blaadjes zijn ondiep gekarteld. Bij de stengelvoet staan steunblaadjes. De stempel vormt een bolletje (geen schijfje met een punt en ook geen haakje zoals bijvoorbeeld bij het Maarts viooltje). De zijdelings bloemblaadjes wijzen schuinen omhoog. De topslip van de steunblaadjes is de grootste slip. Dit brengt je bij de driekleurige viooltjes. Bloemen minstens 1 cm, de kelkslippen steken niet buiten de bloemen. Met kleine, stevige blaadjes.
Kenmerken van het geslacht Viooltje  (Viola) waartoe Duinviooltje behoort.

In Europa komt maar 1 geslacht uit de Viooltjesfamilie voor, Viola.

Determinatie aan de hand van de bladeren

Kijk als eerste of de bloemstengel bladeren draagt of niet. 1. De bloemstengel is bebladerd en de kelkblaadjes zijn spits
1b. Kijk nu naar de vorm van het blad.
- blad ondiep gekarteld + uit de stengel komen aan weerszijden van de bladsteelvoet steunbladen. Deze zijn half zo groot als de bladen, en anders dan deze diep ingesneden. Het lijkt alsof er uit 1 punt veel blad ontspruit.
1bb Kijk ook naar de vorm van de stempel - deze vormt een bolletje (geen schijfje of haakje). De zijdelingse bloemblaadjes wijzen schuin opwaarts.
==> Geel viooltje (V. lutea), Akkerviooltje (A. arvensis) Zinkviooltje (V. lutea subsp. calaminaria), Hoornviooltje (V. cornuta), Duinviooltje (V. curtisii),

- blad met kleine, gewoonlijk getande steunblaadjes. Stempel vormt een haakje of een gepunt schijfje. De zijdelingse bloemblaadjes staan dwars uit of schuin neerwaarts.
-- De bloemstengel is bebladerd en er is tevens een wortelrozet van bladeren
==> Zandviooltje (V. rupestris, Bosviooltje (v. silvestris).

-- Er zijn alleen stengelbladen
Melkviooltje (V. persicifolia), Hondsviooltje (V. canina)

2.De bloemstengel heeft geen bladeren, alle bladeren groeien vanuit de wortelstok, de kelkblaadjes zijn stomp.
==> Moerasviooltje (V. palustris), Maarts viooltje (V. odorata), Ruig viooltje (V. hirta).

SPECIFICATIES - duinviooltje
familieViooltjesfamilie (Violaceae)
info familieDe bloemen van viooltjes hebben een spoor, dit is een verlengstuk van het onderste bloemblad. In de spoor hangt een aanhangsel van 2 van de meeldraden.
De in totaal 5 meeldraden staan om de stamper heen en laten alleen de stempel vrij. De helmknoppen vormen een kegelvormig lichaampje. Binnen in dit kegeltje komt het stuifmeel vrij. Dit stuifmeel valt in een kuiltje in het onderste grootste bloemkroonblad. De tong van een insect dat poogt honing uit de spoor te snoepen komt langs het kuiltje en neemt het stuifmeel mee.

Bij het driekleurig viooltje zit er een gaatje in de stempel waardoor het stuifmeel naar binnen kan, een veiligheidsklepje zorgt dat het eigen stuifmeel niet naar binnen kan.
Blauwe wilde viooltjes hebben behalve gewone ook cleistogame bloemen en zelfbestuiving is dan ook aan de orde van dag.
De vruchtjes zijn éénhokkig en springen met drie kleppen open. De zaden zitten midden op de kleppen. Bij uitdrogen drukken de wanden tegen de kleppen en de zaden schieten ver weg naar buiten.

De Viooltjesfamilie kent slechts 1 geslacht - Viola.
naam duinviooltje (Viola curtisii)
waar op droge, enigszins stuivende, voedselarme zandgrond in de duinen
bloei april - herfst
kleur paars
blad lancet- tot lijnlancetvormig, de onderste eirond tot rondachtig, enigszins vlezig
vrucht eenhokkig vrucht met drie kleppen, de zaden zitten in het midden van de kleppen