Brede wespenorchis


De Brede wespenorchis is een relatief veel voorkomende wilde orchidee. Soms verschijnt ze massaal, om dan weer voor enkele jaren te verdwijnen en vervolgens op dezelfde plek weer te voorschijn te komen.
De orchidee is te herkennen aan de gebogen stengel als de bloemen nog in de knop zitten. De knoppen zijn puntig, in tegenstelling tot de stompe knoppen van de veel zeldzamere Geelgroene orchis.
Ook ontbreekt bij de Geelgroene orchis het snaveltje (rostellum). De plant wordt veel bezocht door wespen. Er is geen spoor, maar de glinsterende honing ligt in een donkerrood kommetje gevormd door de onderlip.
De wespenorchis verleidt wespen met verslavende nectar om terug te keren naar haar bloemen. Dat gaat als volgt: de wespen, die ook veel op rijp, rottend fruit te vinden zijn, brengen micro-organismen als de Cladosporium-schimmel over op de nectar in het kommetje. Deze gaat gisten en de nectar wordt zo een alcoholisch of anderszins drogerend (oxycodone?) drankje. De wespen zwalken nu wat dronken rond, wat de kans op aanraking met de stuifmeelklompjes doet toenemen. Tevens smaakt het naar meer en dus blijven zij de bloemen bezoeken. Je blijft je verbazen over hoe vernuftig de natuur soms is, toch?

Het vruchtbeginsel is iets behaard of kaal. Het achterste deel van de lip heeft aan de voorzijde een nauwe spleet, het voorste deel 2 kleine bultjes.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Brede_wespenorchis
familieOrchideeënfamilie (Orchidaceae)
info familieLeden van deze familie hebben bladen met een gave rand, ze zijn meestal lancetvormig, aan de voet vaak stengelomvattend.
De bloemen staan in aren, trossen of pluimen.
De bloemen zijn symmetrisch, ze hebben 6 kroonblaadjes en zijn vaak opvallend gekleurd.
Vijf van de zes kroonblaadjes zijn vaak naar elkaar toegebogen en vormen zo een soort helm, het zesde blaadje staat apart, is groter dan de overige blaadjes en wordt lip genoemd. Deze lip loopt vaak uit in een spoor.



Bij de inlandse orchideeën zijn de stijl, de stempel en 1 meeldraad zonder helmdraad, dus alleen een helmknopje, vergroeid tot een zuiltje. Het helmknopje bestaat uit twee hokjes en zit meestal voor de stempel.
In de hokjes zit het stuifmeel in de vorm van een klompje. Deze stuifmeelklompjes hebben een steeltje. Het einde van dit steeltje is weer vergroeid met een snaveltje (rostellum). Een deel van dit snaveltje is veranderd in gom of in een paar kleefschijfjes. De stuifmeelklompjes groeien hieraan vast. Soms liggen de schijfje bloot, bv. bij de Muggenorchis. Bij andere geslachten ligt ieder schijfje weer in een napje. Ook kunnen beide schijfjes in 1 napje liggen.

Onder de stempelplek ligt bij vele soorten de ingang tot de spoor waar de honing bewaard wordt. Bij sporenloze orchideeën ligt de honing op de onderlip.

Als nu een insect, op zoek naar de honing, tegen de kleefschijfjes aankomt, dan plakken deze inclusief de stuifmeelklompjes vast op de kop van het insect. Is er een beursje, dan klapt dit bij aanraking terug en komen de kleefschijfjes bloot te liggen en kunnen ze vastplakken op de kop van het insect. De steeltjes van de klompjes staan dan rechtovereind op de kop van het insect. Na een paar seconden, net genoeg voor het insect om een volgende bloem te vinden, buigen de steeltjes door en kunnen het stuifmeel overbrengen op de bloem waar het insect zich inmiddels bevindt.

Oorspronkelijk bloeiden orchideeën met de lip naar boven gericht. Dit bleek onhandig voor de insecten die op hun kop op de lip moesten landen om bij de honing te kunnen. De evolutie heeft dit gecorrigeerd door het onderstandige vruchtbeginsel een halve slag te draaien - de bloem, die in de knop nog naar boven is gericht - wordt nu bij het openen gedraaid.



De andere twee binnenste bloemdekblaadjes zijn meestal ongeveer gelijk van vorm met de drie van de buitenste krans. Soms vormen ze samen met de bovenste van de buitenkrans een soort helm boven de stempelzuil.
Orchideeën leven in symbiose met bodemschimmels die de wortels binnendringen. Het heeft dan ook geen zin om orchideeën uit te graven voor in de tuin: ze zullen het niet overleven.
geslacht Wespenorchis (Epipachis)
info geslacht Wespen bezoeken de bloemen van dit geslacht graag. Wespenorchissen hebben geen spoor. De lip bestaat uit 2 delen. Het achterste deel vormt een soort kommetje, hierin wordt honing opgeslagen. Het voorste deel doet dienst als landingsplatform voor de wespen. Een smalle opening geeft toegang tot de honing.
Het helmknopje staat grotendeels vrij aan de top van de stempelzuil. Doordat het snaveltje weinig ontwikkeld is, kan er ook zelfbestuiving plaatsvinden: de stuifmeelklompjes kunnen doorzakken op de stempel.
De bloemtrossen zijn naar één zijde gericht, knikkend of overhangend. De bloemen staan op een gedraaid steeltje.
naam Brede_wespenorchis (epipactis helleborine)
waar droge streken, duinen, bospaden, tussen laag sparren- of dennenhout
bloei juli - september
kleur groen, groen-rood, ook gedeeltelijk crémekleurig
blad breed, groot en meestal veel langer dan de tussenliggende stengelleden, op de nerf behaard
vrucht stofzaad