Zwartwordende stuifzwam

Zwartwordende stuifzwam (Lycoperdon foetidum)

De Zwartwordende stuifzwam is een stuifzwam die nogal variabel is wat kleur en vorm betreft. Jong is de zwam meestal grijsachtig wit, bij het ouder worden geelbruin en bruin. Ook het gleba wordt bij rijping bruin.

De stekels van de Zwartwordende stuifzwam zijn tot 4 mm lang en samengesteld uit 4-6 stekels die met de top aan elkaar vastzitten. Ze zijn lichtbruin en zwartwordend bij veroudering. - na afvallen blijft een netvormig patroon achter op de opperhuid.

De Zwartwordende stuifzwam komt voor op arme, plaatselijk humusrijke, zure of pleistocene zandgronden of op lemige, en kleiige bodem, in loof- en naaldbossen, in jeneverbesstruwelen, in lanen, parken, schraal grasland en kalkarme duinen. Vaak bij eik.

Het achterblijven van een netwerk na het afwrijven van de stekels is kenmerkend voor de Zwartwordende en de Parelstuifzwam .

Oudere Zwartwordende stuifzwammen lijken op oudere Melige stuifzwammen in het duingebied.
Om ze van elkaar te onderscheiden kun je kijken of er een pseudowortel aanwezig is. Met wortel is het de Melige, zonder wortel de Zwartwordende.
Verder heeft de Melige stuifzwam nooit stekels gehad en derhalve is de opperhuid weliswaar wat melig, maar verder kaal zonder gaatjes. Bij de Zwartwordende heeft de opperhuid wel gaatjes.
Kenmerken van het geslacht Stuifzwammen  (Lycoperdon) waartoe Zwartwordende stuifzwam behoort.

Het benoemen van stuifzwammen gaat gepaard met een hoop gedoe met doorsnijden, krabben en turen. Dat doorknippen is belangrijk om te zien of er verschil is tussen de inhoud van de voet en het bovendeel, het gleba dat holtes met kiemvlies met sporen bevat en het subgleba dat geen kiemvlies bevat. Die holtes of kamers kunnen dan ook weer kenmerkende details bevatten.
Het krabben dient om te zien of er bij het afvallen van de stekels een patroontje achterblijft.

De vruchtlichamen zijn peervormig, jonge stuifzwammen zijn cilinder- of kegelvormig. De vruchtlichamen zijn bedekt met stekeltjes, vlokken, wratten of melige korrels.

De eenvoudigste stuifzwam om op naam te brengen is de Peervormige stuifzwam (Lycoperdon pyriforme). Het is de enige soort die op hout groeit. Let erop dat het hout ook begraven kan zijn. Bij uitzondering komt op hout soms de Parelstuifzwam voor.

De Melige stuifzwam (L. lividum) heeft een dunne opperhuid die bedekt is met melige korrels. Als de korrels afvallen, blijft een kale, gave huid achter.

De Donkerbruine stuifzwam (L. umbrinum) heeft kleine, slanke, niet-afveegbare stekels, die snel donker okerkleurig worden.
De Stekelige stuifzwam (L. echinatum) heeft lange, slanke, niet-afveegbare stekels, die snel goudblond verkleuren.

De Plooivoetstuifzwam (Calvatia excipuliformis) heeft afveegbare stekels, maar er blijft geen netwerk achter op de opperhuid. Kenmerkend is de plompe, geplooide steel. De stekels staan in groepjes en de stekeltoppen zijn naar elkaar toegebogen.
Idem maar dan met rechte steel - Zachtstekelige stuifzwam, een soort van loofbossen

Tot slot zijn er de stuifzwammen met afveegbare stekels, die na het afwrijven of afvallen een patroon achterlaten op de opperhuid van de stuifzwam.
De Zwartwordende stuifzwam (L. foetidum) heeft in groepjes geplaatste stekels, de stekeltoppen zijn naar elkaar toegebogen, de stekels zijn tot 4 mm lang. Ook zijn er kleine wratjes tussen de stekels te zien. De stekels zijn aanvankelijk wit, maar verkleuren naar bruin bij het ouder worden.
Staan de stekels niet in groepjes, maar zijn ze enkelvoudig puntig-piramidevormig dan is de stuifzwam de Parelstuifzwam (L. perlatum). Er zijn grotere en kleinere stekels en kleine wratjes. De Parelstuifzwam is vuilwit, later geelbruin.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - zwartwordende_stuifzwam
familieStuifzwammen (Lycoperdaceae)
info familieStuifzwammen behoren tot de klasse van de Gasteromyceten- Buikzwammen. De sporen van Buikzwammen zitten in een bol, knol of zak. In de bol, knol of zak zit een kiemvlies waarop de sporen groeien. Dit kiemvlies kan op verschillende wijzen aanwezig zijn. Vaak is er een soort van inwendige steeltje. En vaak is er het zogenaamde gleba aanwezig, een sponsachtig weefsel waarin zich een of meer holtes (kamers) bevinden. In de kamers zit het kiemvlies. Soms is er ook een sponsachtig weefsel waarin geen kiemvlies aanwezig is, dit weefsel wordt het subgleba genoemd. Voor een juiste determinatie is het altijd nodig om de vruchtlichamen open te snijden om te zien of er (sub)gleba aanwezig is.
De vruchtlichamen scheuren bij rijpheid van de sporen aan de bovenzijde open, zodat een wijde, diep komvormige opening ontstaat of er ontwikkelt zich aan de bovenzijde een kleine opening, waardoor de olijf- tot donkerbruine sporen door regendruppels of door aanraking worden weggeblazen.

Tot de familie van de Stuifzwammen behoren de Bovisten en de Stuifzwammen. De Stuifballen behoren inmiddels tot de familie Tulostomataceae. De Aardappelbovisten tot de familie Scleroderma.

Stuifzwammen zijn peer- of zakvormig. Jong hebben ze aan de binnenzijde wit vlees. Ze hebben een steelvormig gedeelte. De sporen worden uitsluitend in het bolvormig gedeelte gevormd en niet in de steel. Het subgleba is altijd meerkamerig. |
Belangrijk bij de Stuifzwammen is ook de soort stekeltjes op het bolletje. Kijk als eerste of je ze kunt wegkrabben en of er dan een netachtige structuur achterblijft. Ook de kleur van het onderliggende velletje is belangrijk.

Bovisten zijn bol- of peervormig. Sommige soorten hebben een korte steel. Ook hier hebben jonge exemplaren aan de binnenzijde wit vlees. Bij het ouder worden verandert alles in gleba, bruin gekleurd van de sporen. Het subgleba is afwezig of indien aanwezig, nooit meerkamerig.
Bovisten hebben geen stekeltjes op hun bolletje. Het oppervlak kan wat bemeeld, zemelig, korrelig of wrattig zijn.
naam zwartwordende_stuifzwam (Lycoperdon foetidum)
waar op arme, plaatselijk humusrijke, zure of pleistocene zandgronden of op lemige, en kleiige bodem, in loof- en naaldbossen, in jeneverbesstruwelen, in lanen, parken, schraal grasland en kalkarme duinen. Vaak bij eik.
sporeekleur
hoed kleur varieert van wit tot zwart, stekels in groepjes piramidevormig naar elkaar toegebogen, na afwrijven opperhuid met netwerk
steel peervormig geheel
plaatjes -