Vroege franjehoed

Vroege franjehoed (Psathyrella spadiceogrisea)

De Vroege franjehoed verschijnt vooral in het voorjaar. Het is een algemene soort van loofbossen, parken, paden etc. en is te vinden op takjes en twijgen, soms ook op de bodem.
De hoed is aanvankelijk donker roodbruin. maar verbleekt tot allerlei tinten geel- of grijsbruin. De hoed is tot halverwege vaag gestreept. Het oppervlak is soms wat glanzend of kleverig. Langs de hoedrand zitten velumvlokjes of vezeltjes.
De lamellen staan dicht opeen.
De steel heeft aan de basis een vergankelijke vezelige zone.
Sleutel FN -

  • Sporen gemiddeld 9-10.5 mu lang
  • Niet op mest
  • Pleurocystiden aanwezig
  • Lamelsnede en cystidia niet met groene vlekken in ammonia
  • Niet in zandduinen
    NB keuze zandduinen levert Duinfranjehoed op
  • Pleurocystiden zonder kristallen
  • Niet op restanten van Cirsium, Epilobium, Phragmites of Typha (distel, wederik, riet of lisdodde)
  • Pleurocystiden smal buikvormig tot flesvormig, vaak stomp
  • Cheilocystiden klein, knotsvormig tot ballonvormig
  • In open grasland, basidia en andere cellen in hymenium zonder bruin intracellulair pigment
  • Cheilocystiden niet eindigend in plotse punt
  • Breedte sporen 4.2-5.2 mu, met duidelijk kiempore
  • Pleurocystiden soms met geelbruin pigment of geincrusteerd aan de top, soms gevorkt
==> P. spadiceogrisea - Vroege franjehoed

Met iets kortere sporen ( < 9 mu) leidt de sleutel naar subsleutel K
  • sporen < 9 mu lang
  • niet op mest
  • pleurocystiden present
  • geen groene druppels, gespen aanwezig?
  • sporen > 6.4 mu lang
  • pleurocystiden zonder kristallen
  • geur niet zoet
  • pleurocystiden buikig met stompe apex
    Sleutel K
  • Velum niet zwart wordend
  • Sporen 6.4-9.6 mu lang
  • Velum vlokkig bestaand uit hyphen
  • Merendeel cheilocystiden ballonvormig
  • Sporen > 8 mu lang
  • Sporen breedte 3.9-5.5 in vooraanzicht, niet driehoekig of breed ellipsvormig
  • Met duidelijke kiempore
  • Sporen gemiddeld 4.2-5.2 breed, glad, vaak boonvormig, velum vlokkig
==> Psathyrella spadiceogrisea
Kenmerken van het geslacht Franjehoed  (Psathyrella) waartoe Vroege franjehoed behoort.

Vruchtlichaam breekbaar, hoed droog, meestal hygrofaan, geschubd of vlokkig dan wel kaal, niet gegroefd, niet vervloeiend. De lamellen zijn aangehecht, niet vervloeiend. De steel is kaal tot vlokkig, soms wortelend, meestal zonder ring. Sporee donkerbruin of bruinzwart

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - vroege_franjehoed
familieFranjehoeden (Psathyrellaceae)
info familiePsathyrellaceae is een paddestoelenfamilie die gekenmerkt wordt door zwarte of donkerbruine sporen en vaak fragiele vruchtlichamen. De vervloeiende inktzwammen uit de vroegere Coprinaceae familie worden inmiddels ook tot deze familie gerekend.
naam vroege_franjehoed (Psathyrella spadiceogrisea)
waar in loofbossen en parken, langs paden, op twijgjes en takken, soms bodembewonend, droog tot vochtig, vooral in het voorjaar
sporeekleur zeer donkerbruin met een zweempje paars
hoed 20-70 mm, aanvankelijk donker roodbruin, verblekend naar allerlei tinten geel- of grijsbruin, tot halverwege vaag gestreept
steel 30-120x 2-10 mm, tot 1 cm dik, breekbaar, wittig, kaal tot fijn zijdeachtig, aan de basis soms met vergankelijke vezelige zone
plaatjes dicht opeen, aangehecht, bleek bruin tot wittig, later donkerbruin