Ruitjesbovist

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

Ruitjesbovist (Calvatia utriformis)

De Ruitjesbovist is een wat plompe stuifzwam met een geplooide basis. De Plooivoetstuifzwam heeft ook zo′n geplooide basis, maar deze zitten duidelijk in een lange steel. Ook heeft de Plooivoetstuifzwam in het begin fijne schubjes op het bovenste deel, de Ruitjesbovist heeft grove schubben in het bovenste deel. Deze schubben vallen bij het ouder worden af, maar laten een duidelijk patroon achter.
Het vruchtlichaam is bol- of tolvormig en kan behoorlijk groot worden. De jonge Ruitjesbovist is wit en bedekt met pyramidevormige, vrij platte schubjes. Later wordt het oppervlak heel fijn ruw en vaalbruin. Er ontstaat een rafelige opening die steeds groter wordt en uiteindelijk scheurt de bovenzijde geheel af. Er blijft een soort kommetje over, dat nog heel lang blijft staan, vaak gevuld met regenwater.

De Ruitjesbovist groeit in voedselarme graslanden op zandige bodem.
Kenmerken van het geslacht Koraalzwammen  (Clavulina) waartoe Ruitjesbovist behoort.

Het vruchtlichaam van de Clavulina's is knots- tot koraalvormig en wit tot grijsachtig van kleur.
De sporen zijn wit. Koraalzwammen zijn saprotroof, en leven vooral op de wortels van bomen.
Er zijn drie soorten :
witte koraal zwam - Cl. coralloides
rimpelige koraalzwam - Cl. rugosa
asgrauwe koraalzwam - Cl. cinerea
De Witte koraalzwam is te herkennen aan de kamvormige uiteinden. De Asgrauwe koraalzwam heeft toppen die lichter zijn dan de takken en stomp of getand eindigen. De Rimpelige koraalzwam heeft slechts enkele, korte vertakkingen en is overlangs gegroefd of gerimpeld.
De veel zeldzamere koraalzwammen uit de Ramariaceae-familie hebben okergele sporen, en zijn meestal geel of okerkleurig tot roze van kleur.

SPECIFICATIES - ruitjesbovist
familieKoraalzwammen (Clavulinaceaa)
info familieDeze familie behoort tot de Plaatjesloze vlieszwammen, een vormrijke groep paddenstoelen die geen hoed en steel en plaatjes of buisjes hebben.
naam ruitjesbovist (Calvatia utriformis)
waar algemeen, op zandige, iets bemeste grond, op bemoste plekken in duinen, bossen, parken etc.
sporeekleur sporeekleur olijfbruin
hoed hoed wit tot bleek grijsbruin
steel steel nauwelijks herkenbaar
plaatjes vruchtlichaam gevuld met stuivende sporenmassa