Reuzenbovist

Reuzenbovist (Langermannia gigantea)

Vooral in het groene grasland lijkt de Reuzenbovist nog het meest op een vergeten voetbal.
Aanvankelijk is deze grote, ronde zwam (ze kan tot wel 80 cm breed worden) aan de buitenzijde zuiver wit en glad. Het vlees is stevig. Bij het rijper worden verkleurt de zwam via lichtgeel naar bruin. Het gladde oppervlak wordt rimpeliger. De inhoud van de grote bol verandert in een olijfbruine sporenmassa. Wanneer de bol uiteindelijk openscheurt verstuift de sporenmassa. De zwam zit slechts met enkele myceliumstrengen losjes vast in de grond. De bol raakt dan ook gemakkelijk los en rolt als een echte voetbal over de grasmat, waarbij de sporen ontsnappen door de ontstane scheuren.

De Reuzenbovist komt voor op voedselrijke (zandige) klei- en veengrond in sterk bemeste weilanden, in boomgaarden, bermen en parken en ook in loofbossen en struwelen. Zolang de Reuzenbovist nog jong en wit is, is deze in principe eetbaar. Toch kun je hem ook dan beter laten staan. Reuzenbovisten kunnen zware metalen en radio-actieve stoffen opnemen in hun vruchtlichamen in concentraties die niet echt gezond meer zijn. Ook hun voorkeur voor hondenuitlaatplaatsen en de bijbehorende hondenpoep maakt ze niet echt tot een aantrekkelijk gerecht. Niet meer smetteloos witte Reuzenbovisten zijn giftig. En dan komt daar tot slot nog het simpele feit bij dat ze van zichzelf smakeloos zijn en weinig voedingsstoffen bevatten. De supermarkt-champignon is in alle opzichten een betere optie.
Kenmerken van het geslacht Bovisten  (Calvatia) waartoe Reuzenbovist behoort.

Tot dit geslacht behoren de Zwartwordende bovist, de Loodgrijze bovist, de Plooivoetstuifzwam, de Ruitjesbovist, de Reuzenbovist en de Grote kop-op-schotel.

Het vruchtlichaam van deze zwammen is zak- of peervormig. Het bovenste gedeelte verandert bij rijpheid in een stuivende sporenmassa en verdwijnt. Het steriele gedeelte blijft als een soort leeg kopje achter. Sporen olijf- of lilabruin.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - reuzenbovist
familieStuifzwammen (Lycoperdaceae)
info familieStuifzwammen behoren tot de klasse van de Gasteromyceten- Buikzwammen. De sporen van Buikzwammen zitten in een bol, knol of zak. In de bol, knol of zak zit een kiemvlies waarop de sporen groeien. Dit kiemvlies kan op verschillende wijzen aanwezig zijn. Vaak is er een soort van inwendige steeltje. En vaak is er het zogenaamde gleba aanwezig, een sponsachtig weefsel waarin zich een of meer holtes (kamers) bevinden. In de kamers zit het kiemvlies. Soms is er ook een sponsachtig weefsel waarin geen kiemvlies aanwezig is, dit weefsel wordt het subgleba genoemd. Voor een juiste determinatie is het altijd nodig om de vruchtlichamen open te snijden om te zien of er (sub)gleba aanwezig is. De vruchtlichamen scheuren bij rijpheid van de sporen aan de bovenzijde open, zodat een wijde, diep komvormige opening ontstaat, of er ontwikkelt zich aan de bovenzijde een kleine opening, waardoor de olijf- tot donkerbruine sporen door regendruppels of door aanraking worden weggeblazen.
Tot de familie Stuifzwammen behoren de Bovisten en de Stuifzwammen. De Stuifballen behoren inmiddels tot de familie Tulostomataceae. De Aardappelbovisten tot de familie Scleroderma.

Stuifzwammen zijn peer- of zakvormig. Jong hebben ze aan de binnenzijde wit vlees. Ze hebben een steelvormig gedeelte. De sporen worden uitsluitend in het bolvormig gedeelte gevormd en niet in de steel. Het subgleba is altijd meerkamerig. |
Belangrijk bij de Stuifzwammen is ook de soort stekeltjes op het bolletje. Kijk als eerste of je ze kunt wegkrabben en of er dan een netachtige structuur achterblijft. Ook de kleur van het onderliggende velletje is belangrijk.

Bovisten zijn bol- of peervormig. Sommige soorten hebben een korte steel. Ook hier hebben jonge exemplaren aan de binnenzijde wit vlees. Bij het ouder worden verandert alles in gleba, bruin gekleurd van de sporen. Het subgleba is afwezig of indien aanwezig, nooit meerkamerig.
Bovisten hebben geen stekeltjes op het bolletjes. Het oppervlak kan wat bemeeld, zemelig, korrelig of wrattig zijn.
naam reuzenbovist (Langermannia gigantea)
waar in weilanden, tuinen, bossen. op zandige of verstoorde klei- en veengrond
sporeekleur olijfbruin
hoed zuiver wit, later bruin, 1--30(50) cm breed
steel myceliumstrengen aan de basis
plaatjes sporen bolvormig, glad tot fijn wrattig - inhoud bol verandert in stuivende sporenmassa