Plooirokje

Plooirokje (Parasola plicatilis)

Het plooirokje vervloeit bij rijpheid niet.
Bij rijpheid eindigen de lamellen een stukje voor de steel, het lijkt alsof in het midden een schijfje zit. Ook de lamellen vervloeien niet.
Het geelbruin plooirokje is aanvankelijk roodbruin en verkleurt vanaf de rand naar grijsbruin - grijs, sterk geplooid, ook dit plooirokje heeft geen velumresten of beharing en vervloeit niet.
Kenmerken van het geslacht Parasola  (Parasola) waartoe Plooirokje behoort.

Het geslacht Parasola omvat een aantal soorten die vroeger werden ingedeeld bij het geslacht Coprinus.
Paddestoelen uit dit geslacht zijn fragiel, dunvlezig en kort levend. De hoed is geplooid en aanvankelijk cilindrisch of tonvormig, later gewelfd, klokvormig of vlak en radiaal gegroefd. De kleur is roodbruin tot oranjebruin, bij het ouder worden meer grijs. De lamellen staan vrij, ze staan meestal wijd uit elkaar en vervloeien niet. De steel is cilindrisch, glad en droog.
De sporenprint is zwart. Cheilo- en pleurocystiden aanwezig, meestal geen pileocystidia.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - plooirokje
familieFranjehoeden (Psathyrellaceae)
info familiePsathyrellaceae is een paddestoelenfamilie die gekenmerkt wordt door zwarte of donkerbruine sporen en vaak fragiele vruchtlichamen. De vervloeiende inktzwammen uit de vroegere Coprinaceae familie worden inmiddels ook tot deze familie gerekend.
naam plooirokje (Parasola plicatilis)
waar grazige bermen van boswegen, parken etc. groeit in groepen
sporeekleur bruinzwart
hoed 1-3 cm breed, beigebruin -> grijs, diep geplooid, zonder velum of beharing
steel witachtig, naar de basis toe iets okerbruin, geheel berijpt, breekbaar
plaatjes geheel vrij, volgroeid vrij ver uit een