Mosschelpje

Mosschelpje (Chromocyphella muscicola)

Het mosschelpje herken je in eerste instantie aan de cirkel van dood mos op de stam van een beuk. Binnen die cirkel kun je dan de piepkleine witte schelpvormige paddestoeltjes vinden.
Het Mosschelpje parasiteert op mos en de schimmel tast het mos in een wijde cirkel aan. Binnen de cirkel ontstaan de paddestoeltjes. Ze zijn 1-5 mm in doorsnede. Het oppervlak van het vruchtlichaam is zijdeachtig-viltig, aan de rand fijn behaard. De kleur is wit tot crèmekleurig.
Het hymenium is glad, gerimpeld of heeft sterk gereduceerde lamellen. De kleur is eerst crèmekleurig, maar al snel meer kaneelbruin of roestbruin.
De steel ontbreekt of is slecht rudimentair aanwezig.
Er is geen velum.

<>br /> Sporen 8-10 x 6.5-8.5 mu, min of meer rond tot breed ellipsvormig, soms iets hoekig, gevlekt-wrattig, enigszins dikwandig, met een soort van strandje, bruin, iets dextrinoï
Basidia 4-sporig. Geen cystidia, maar de haren op de hoed doen aan cystiden denken. Ze zijn 25-44x4.5-6 mu groot, cilindrisch, gekromd, hoekig of gevorkt.
Gespen aanwezig.
Kenmerken van het geslacht Chromocyphella  (Chromocyphella) waartoe Mosschelpje behoort.

Het geslacht Chromocyphella kent 5 soorten. De bekendste is C.muscicola - het Mosschelpje.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - mosschelpje
familieChromocyphellaceae (Chromocyphellaceae)
info familieDeze familie bestaat uit twee geslachten, te weten Chromocyphella en Phaeosolenia.
Kenmerkend zijn de klokvormige vruchtlichamen en de bruine, gladde of wrattige sporen met kiempore.
naam mosschelpje (Chromocyphella muscicola)
waar op mos op beuken
sporeekleur sporen bruin, rond
hoed kop- tot schotelvormig, 1-5 mm, vaak aan de achterzijde aangehecht. Oppervlak zijdeachtig, wit tot crème
steel primair of afwezig
plaatjes hymenium glad, gerimpeld of met primaire lamellen, eerst crèmekleurig, later kaneelbruin