Melige stuifzwam

Melige_stuifzwam (Lycoperdon lividum)

De Melige stuifzwam is vrij klein (tot 4 cm hoog). Het oppervlak is fijn korrelig, maar zonder stekels (!), het oppervlak wordt vrij snel kaal. Let op de steelvoet met myceliumstrengen.

De Zachtstekelige stuifzwam is tot 7 cm hoog. Crèmekleurig tot lichtgrijziog en bedekt met zeer fijne, ten dele samengestelde, witte stekeltjes. Na het afvallen blijft er geen netpatroon achter.

De Melige bovist is even klein, witachtig en later okerkleurig tot bruin , onderaan vaak opvallend oranjebruin. De Melige bovist is peervormig, er is slechts een klein steriel gedeelte.
Het verschil tussen de bovist en de stuifzwam kun je voelen aan de veerkracht van de steel. Veert deze luchtig mee dan is het weefsel meerkamerig (sponsachtig) en is de zwam een stuifzwam, voelt de steel stug aan dan is het weefsel eenkamerig (geen sponsachtige holtes aanwezig) en is de zwam een bovist.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Melige_stuifzwam
familieStuifzwammen (Lycoperdaceae)
info familieStuifzwammen behoren tot de klasse van de Gasteromyceten- Buikzwammen. De sporen van Buikzwammen zitten in een bol, knol of zak. In de bol, knol of zak zit een kiemvlies waarop de sporen groeien. Dit kiemvlies kan op verschillende wijzen aanwezig zijn. Vaak is er een soort van inwendige steeltje. En vaak is er het zogenaamde gleba aanwezig, een sponsachtig weefsel waarin zich een of meer holtes (kamers) bevinden. In de kamers zit het kiemvlies. Soms is er ook een sponsachtig weefsel waarin geen kiemvlies aanwezig is, dit weefsel wordt het subgleba genoemd. Voor een juiste determinatie is het altijd nodig om de vruchtlichamen open te snijden om te zien of er (sub)gleba aanwezig is. De vruchtlichamen scheuren bij rijpheid van de sporen aan de bovenzijde open, zodat een wijde, diep komvormige opening ontstaat, of er ontwikkelt zich aan de bovenzijde een kleine opening, waardoor de olijf- tot donkerbruine sporen door regendruppels of door aanraking worden weggeblazen.
Tot de familie Stuifzwammen behoren de Bovisten en de Stuifzwammen. De Stuifballen behoren inmiddels tot de familie Tulostomataceae. De Aardappelbovisten tot de familie Scleroderma.

Stuifzwammen zijn peer- of zakvormig. Jong hebben ze aan de binnenzijde wit vlees. Ze hebben een steelvormig gedeelte. De sporen worden uitsluitend in het bolvormig gedeelte gevormd en niet in de steel. Het subgleba is altijd meerkamerig. |
Belangrijk bij de Stuifzwammen is ook de soort stekeltjes op het bolletje. Kijk als eerste of je ze kunt wegkrabben en of er dan een netachtige structuur achterblijft. Ook de kleur van het onderliggende velletje is belangrijk.

Bovisten zijn bol- of peervormig. Sommige soorten hebben een korte steel. Ook hier hebben jonge exemplaren aan de binnenzijde wit vlees. Bij het ouder worden verandert alles in gleba, bruin gekleurd van de sporen. Het subgleba is afwezig of indien aanwezig, nooit meerkamerig.
Bovisten hebben geen stekeltjes op het bolletjes. Het oppervlak kan wat bemeeld, zemelig, korrelig of wrattig zijn.
geslacht Stuifzwam (Lycoperdon)
info geslacht Het vruchtlichaam is peervormig, aanvankelijk wit, maar bij rijpheid bruin wordend. De sporen zijn olijfbruin tot donkerbruin. Over het algemeen groeiend o de grond, zelden op dood hout.
naam Melige_stuifzwam (Lycoperdon lividum)
waar in graslanden, vooral in duingrasland, droge, zandige, kalkhoudende grond
sporeekleur olijfbruin
hoed 2-4 cm hoog, wit of lichtgrijs, later okerkleurit tot lichtbruin, fijn korrelig, geen stekels!
steel steelvoet met typerende , door het mycelium bijeengehouden substraatklonten of met myceliumstrengen
plaatjes -