Leverkleurige leemhoed

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

Leverkleurige leemhoed (Agrocybe erebia)

De Leverkleurige leemhoed is te herkennen aan de donkere, roodbruine, slijmerige hoed en de aan de bovenzijde gestreepte ring. De lamellen zijn aangehecht tot iets uitgebocht en gaan over in smalle, aflopende richels langs de steel.
De hoed is jong afgeknot kegel- tot tonvormig, later vlak met lage umbo. Het oppervlak is bij vocht slijmerig, aan de rand zitten vaak witte velumrestjes, de rand is bij ouderdom wat gerimpeld.
De lamellen zijn bleek beige van kleur, later meer bruin. De lamelsnede is wittig en fijn gekarteld.
De steel heeft een hangende, vliezige, bovenop gestreepte wittige ring. Boven de ring heeft de steel de al genoemde smalle richels, onder de ring is de steel vlokkig.
Het vlees is wittig of bruinig. De geur is kruidig. De sporee is bruin.
Kenmerken van het geslacht Leemhoeden  (Agrocybe) waartoe Leverkleurige leemhoed behoort.

Leemhoeden groeien in grasland en op humus, grof strooisel of op hout. De paddestoelen hebben een witte, crème tot oker- of (donker)-rossig-bruine hoeden.
De sporeekleur is tabaksbruin, donkerbruin.
In Nederland komen er 12 soorten voor. De belangrijkste daarvan zijn
  • populierleemhoed (Agrocybe cylindracea)
  • barstende leemhoed (Agrocybe dura)
  • grasleemhoed (Agrocybe pediades)
  • vroege leemhoed (Agrocybe praecox
  • fluweelleemhoed (Agrocybe putaminum)
  • geaderde leemhoed (Agrocybe rivulosa)
  • leverkleurige leemhoed (Agrocybe erebia)
  • moerasleemhhoed (Agrocybe elatella)
Bij determinatie is de ring belangrijk. Aan- of afwezig, bovenzijde gestreept, hangend of opstijgend.
Ook de habitat speelt een belangrijke rol (populierleemhoed, moerasleemhoed, grasleemhoed).

SPECIFICATIES - leverkleurige_leemhoed
familieKleefhoedjes (Bolbitiaceae)
info familieLeden van deze familie:
- breeksteeltjes
- leemhoeden
- kleefhoedjes
naam leverkleurige_leemhoed (Agrocybe erebia)
waar saprotroof, vaak in groepen in bv. parken, tuinen en loofbossen, matig algemeen
sporeekleur bruin
hoed afgeknot kegelvormig of tonvormig, later vlak met lage umbo, slijmerig bij vocht, rand rimpelig (oud) met velumrestjes, donkerbruin
steel cilindrisch, met hangende, vliezige, aan de bovenzijde gestreepte, wittige ring, boven de ring smalle, overlangse richels, onder de ring fijn vlokkig
plaatjes lamellen aangehecht, overgaand in smalle, aflopende richels op de steel, bleek beige, later bruiner, met wittige, gekartelde snede