Kousenvoetgordijnzwam

Kousenvoetgordijnzwam (Cortinarius saturninus)

De Kousenvoetgordijnzwam herken je aan de steel, waarvan het onderste deel in min of meerdere mate sokachtig bedekt is met velumrestjes. De top heeft violette tinten.
De hoed is donker roodbruin, de verschillende tinten vormen ringen. Vandaar ook de Latijnse benaming C. saturninus.

De soort behoort tot het subgenus Telamonia

De vroegere benaming voor Cortinarius saturninus was C.cohabitans)

Hoed 25-58 mm, vlak-gewelfd tot bijna vlak met lage brede umbo of zonder umbo, hygrofaan, niet doorschijnend gestreept, vochtig donker roodbruin, droog bleek tot vleeskleurig bruin. Rand met witte velumrestanten.

Lamellen vrij breed aangehecht, vrij ver uiteen, iets dikkig, helder kaneelbruin met gelijk gekleurde lamelsnede.

Steel 30-50 x 6-16 mm, iets toelopend aan de top, verdikt tot iets bolvormig aan de basis, bleek violet bedekt met in lengterichting lopende witte vezels, verkleurend naar bruin vanuit de voet naar boven toe. Onderste deel sokachtig bedekt met velumresten.

Vlees in hoed bleek bruin, in steeltop bleek violet.

Geur radijsachtig of zoetig.

Sporen (7.5-)8.0-9.5 x 5.0-5.5 mu, Q=1.6-18, gemiddeld Q=1.7, oppervlak ruw.

Basidia 24-30 x 8-9 mu, 4-=sporig, hyalien.
Cheilocystiden afwezig.
Lamellen bestaande uit 4-12 mu brede hyfen zonder geïncrusteerd pigment.

Bij kruipwilg in vochtige, kalkrijke duinvalleien en op noordhellingen met helm (Ammophila arenaria) en Eikvaren (Polypodium vulgare).
Kenmerken van het geslacht Gordijnzwam  (Cortinarius) waartoe Kousenvoetgordijnzwam behoort.

Gordijnzwammen zijn te herkennen aan het "gordijn". Dit is een spinnenwebachtig weefsel tussen de hoedrand en top van de steel en dient om de in ontwikkeling zijnde lamellen met de sporen te beschermen. Wanneer de jonge paddestoel groeit breekt het weefsel (velum) en kunnen er restjes weefsel achterblijven langs de hoedrand en op de steel. De steel heeft dan een ring (" paddestoel met rokje").
Dit weefsel (velum partiale) is niet hetzelfde als het velum universale. Het velum universale komt bij praktisch alle lamelpaddestoelen voor en omhult het hele vruchtlichaam. Wanneer het breekt blijven er vaak restjes achter op de hoed in de vorm van schubjes (zie bijvoorbeeld de Vliegenzwam "een grote paddestoel rood met witte stippen") en aan de steelvoet. Bij vooral de Amanieten vormen de resten aan de steelvoet een duidelijke zak.

Bij de Gordijnzwammen zie je de restanten van het velum universale als vlokjes langs de hoedrand en aan de voet van de steel. Het velum is wit of bruin van kleur.
Restjes van het velum partiale vormen een smalle ring op de steel. Deze ring kleurt weldra oranje door de sporen die erop vallen. Deze oranje ring is wel het handigste kenmerk van de gordijnzwammen. De sporeekleur is geelbruin,roestbriun, donkerbruin, zwartbruin.

Het determineren van gordijnzwammen is een ingewikkelde klus. Vooral omdat door DNA-onderzoek het hele geslacht momenteel op de schop is en veel informatie inmiddel achterhaald is.

Helaas zijn gordijnzwammen erg mooie paddestoelen. Juist door hun wat rommelige uiterlijk met de witte en oranjegekleurde velumrestjes en vaak fraaie kleuren. En dus ga je tegen beter weten in toch weer proberen om de gevonden gordijnzwam op naam te brengen.

Het eerste kenmerk waar je op moet letten is of het hoedje slijmerig of kleverig of juist droog is en of het hoedje hygrofaan is of niet (heeft het droge hoedje een andere kleur dan het natte hoedje? )
Als tweede punt is de geur belangrijk. Deze kan soms heel uitgesproken zijn: de geur van geraniums of de geur van rode bietjes of aardachtig. Heb je deze uitgesproken geuren gevonden dan kun je de paddestoel in elk geval in een subgroep indelen.
De gordijnzwam is een ectomycorrhizavormende paddestoel. Dat wil zeggen dat hij afhankelijk is van een bepaalde boomsoort. Daarom is het belangrijk om te weten bij welke boom de gevonden gordijnzwam staat.
Daarna moet meestal de microscoop er aan te pas komen.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - kousenvoetgordijnzwam
familieGordijnzwammen (Cortinariaceae)
info familieTot deze familie behoort een groot aantal geslachten. De naam is ontleend aan het grootste geslacht in de familie, nl. de Cortinaria (gordijnzwammen)
De sporen zijn bruin. De leden van deze familie hebben een 'gordijn', een spinnenwebachtig weefsel tussen de hoedrand en de top van de steel dat de rijpende sporen beschermt. Dit gordijn, officieel het velum partiale genoemd, is niet hetzelfde als het velum universale, het weefsel dat de nog zeer jonge paddenstoelen omhult en bij het groeien van de paddenstoel scheurt en dan vaak als een beurs aan de voet of als vlokjes of schubjes op de hoed achterblijft. Het velum partiale is bij jonge paddestoelen vaak nog mooi te zien. Naarmate de hoed groeit scheurt het gordijn. Er blijven restantjes achter op de steel. Deze kleuren vaak bruin tot oranjebruin door de sporen die er op vallen.
Gordijnzwammen groeien op de grond of parasiteren op wortels. Ze zijn er zowel klein als groot.

Geslachten die tot deze familie behoren
  • Cortinarius - gordijnzwammen
  • Gymnopilus - vlamhoeden
  • Hebeloma - vaalhoeden
  • Inocybe - vezelkoppen
  • Galerina - mosklokjes
  • Alnicola - zompzwammen
  • Tubaria - donsvoetjes
  • Crepidotus - oorzwammetjes
vaalhoed met gordijn
naam kousenvoetgordijnzwam (Cortinarius saturninus)
waar Bij kruipwilg in vochtige, kalkrijke duinvalleien en op noordhellingen met helm (Ammophila arenaria) en Eikvaren (Polypodium vulgare).
sporeekleur oranjebruin
hoed Hoed 25-58 mm, vlak-gewelfd tot bijna vlak met lage brede umbo of zonder umbo, hygrofaan, niet doorschijnend gestreept, vochtig donker roodbruin, droog bleek tot vleeskleurig bruin. Rand met witte velumrestanten.
steel Steel 30-50 x 6-16 mm, bleek violet, bedekt met in lengterichting lopende witte vezels, verkleurend naar bruin vanuit de voet naar boven toe. Onderste deel sokachtig bedekt met velum.
plaatjes Lamellen vrij breed aangehecht, vrij ver uiteen, iets dikkig, helder kaneelbruin met gelijk gekleurde lamelsnede.