Helmdikhoed

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

Helmdikhoed (Leucopaxillus_paradoxus)

De Helmdikhoed is minder robuust dan de naam doet vermoeden.
De hoed heeft een fraaie rozebruine kleur, de lamellen zijn uitgebocht aangehecht met een aflopend tandje en rozegrijs van kleur. De steel is cilindrisch of heeft een wat opgezwollen voet, de kleur is iets bleker dan de hoed, het oppervlak is aangedrukt vezelig en aan de basis vaak wit uitgeslagen.
De lamellen zijn gemakkelijk los te trekken van het hoedvlees.
Deze mooie paddestoelen groeien aan de voet van helm in de zeereep. De verwante L. cutefractus (Roomkleurige dikhoed) komt vooral voor in duinbossen en onderscheidt zich door zijn craquelé hoedje.

De Helmdikhoed is een lastpost onder de microscoop. In de eerste plaats natuurlijk al door het onvermijdelijke zand dat zo kenmerkend is voor de zeereeppaddestoel. Daarbij zijn de sporen klein en bedekt met zeer kleine, amyloïde wratjes, zelfs bij 1000x immersie zijn de wratjes nauwelijks te ontwaren (minder dan 0.5 mu hoog).

Ook de literatuur is er nog niet helemaal uit tot wie of wat de Helmdikhoed behoort. De Funga Nordica noemt hem als L. cerealis. Deze beschrijving volgend zouden de sporenmaten 5.5.-8.5 x 4-5.5 moeten zijn, In het geval van mijn helmdikhoeden lijken de maten nog wat aan de ruime kant.
Kenmerken van het geslacht Dikhoeden  (Leucopaxillus) waartoe Helmdikhoed behoort.

Vruchtlichamen met een centrale steel en een tricholomatoïde of clitocyboïde uiterlijk. De hoedkleur varieert van wit, wittig, gelig, rozig, oker tot roodbruin.
De lamellen zijn meestal aflopend en zijn gemakkelijk te verwijderen van het vlees.
Er is geen velum.
De sporenprint is wit of cream.

SPECIFICATIES - helmdikhoed
familieTricholomataceae (Tricholomataceae)
info familieDeze familie kent 127 geslachten
naam helmdikhoed (Leucopaxillus_paradoxus)
waar op helm in de zeereep
sporeekleur wit
hoed gewelfd tot vrijwel vlak, met lage umbo of iets ingedeukt, met rechte rand, rromwit tot rozebruin, vettig, glad, vanuit het centrum verblekend bij drogen
steel 30-60x4-10 mm, cilindrisch of met opgezwollen basis, kleur als van de hoed of iets bleker, aangedrukt vezelig, basis met wit beslag
plaatjes uitgebocht aangehecht met aflopend tandje, rozegrijs, bleker dan de hoed, lamelsnede gelijk gekleurd