Grote stinkzwam (Phallus impudicus)

Grote stinkzwam


Als er één paddestoel thuis hoort in de mysterieuze herfstwereld van kabouters en heksen, van angst en duisternis, dan is het wel de stinkzwam. Geboren uit een ′duivels- of heksenei′, afschrikwekkend stinkend, erotisch van vorm en de slijmerige, groenige sporenmassa bedekt met grote vliegen en andere insecten. Zich volvretende naaktslakken vervolmaken het ondanks alles toch mooie plaatje.
Behalve slakken en insecten doet ook de wild plukkende, ′natuur-′mens zich te goed aan deze paddestoel. Dat is dan einde mooi plaatje. Het duivelsei geldt als afrodisiacum vanwege de associatie die de volwassen stinkzwam oproept.

Het duivelsei is een wittige, op een slangenei lijkende bol met een leerachtige schil, waarin het vruchtlichaam veilig opgeborgen ligt in een laag gelei. Als het vruchtlichaam groeit en uit de beschermende bol breekt ontwikkelt zich een witte, poreuze steel met een verbrede, raatvormige top, waarop zich een olijfgroene, slijmerige, aasgeur verspreidende sporenmassa (gleba) bevindt. Het duivelsei heeft een wortelende, witte myceliumstreng. Op de top van de hoed van de stinkzwam zit een schijfje (eiertand of discus). Hiermee breekt de stinkzwam het ′ei′ open. De aasgeur trekt insecten aan, die van de sporenmassa snoepen en zo voor de verspreiding van de sporen zorgen.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Grote_stinkzwam
familieStinkzwammen (Phallaceae)
info familieTot de stinkzwammenfamilie behoren o.a
- kleine stinkzwam
- grote stinkzwam
- duinstinkzwam
- gesluierde dame
- roze stinkzwam
- inktviszwam
- traliestinkzwam
geslacht stinkzwam (Phallus)
info geslacht De stinkzwammen komen uit een zogenaamd 'duivelsei', een leerachtig omhulsel. Met behulp van een discus of eiertand werkt het vruchtlichaam zich naar buiten.
naam Grote_stinkzwam (Phallus impudicus)
waar op humusrijke, zandige of lemige bodem, of op of bij sterk vermolmd hout in bossen, struwelen, parken en tuinen.
sporeekleur mei tot november
hoed bovenste deel conisch-klokvormig met donker olijfgroen, zoetig stinkend slijm, daaronder wijd en diep raatvormig, wit en met een ringvormige schijf (discus) aan de top
steel 8-20cmx2-4cm, mazig, hol, wit
plaatjes ondergronds ontwikkeld vruchtlichaam, op de top stinkende sporenmassa