Gesteelde stuifbal

Gesteelde stuifbal (Tulostoma brumale)

Stuifballen behoren tot de leukste paddestoeltjes van de duinen. De kleine, op relatief lange steeltjes staande bolletjes lichten van verre vaak al op tussen de mossen en sprietjes. De bolletjes hebben een kleine stuifopening. De leeggestoven bolletjes blijven nog lange tijd staan. Ze komen vaak in grote groepen voor.
Tot voor kort kwamen er drie soorten voor in Nederland, de Gesteelde, de Ruwstelige en de Donkerstelige stuifbal. Inmiddels heeft zich een vierde soort bij dit drietal gevoegd, Tulostoma kotlabae. Deze laatste is groter dan de andere drie en lichter van kleur. Zie verder Specificaties onder aan de bladzijde voor een beschrijving van de verschillen tussen de vier soorten.

Het vruchtlichaam van de Gesteelde stuifbal (T. brumale) is bolvormig tot halfbolvormig, 4-13 mm doorsnede, gewoonlijk 7-9 mm. De wand van de bol bestaat uit 2 laagjes.
Het exoperidium (de buitenwand) is perkamentachtig, wittig aan de binnenzijde, lichtbruin tot asgrijs bruin aan de buitenzijde, soms met paarsachtige vlekken. De buitenwand is dun, bijna spinnenwebachtig. De buitenwand is vaak bedekt zandkorrels. Het endoperidium (binnenste laagje) is glad, witgeel tot, meer algemeen, oranje geel of licht geelachtig bruin, bij het ouder worden of in barre omstandigheden bijna wit, perkamentachtig taai, fragiel en tenslotte kleurloos aan de voet of de top.
De stuifmond is kort buisvormig en staat ietsje op, als een klein schoorsteentje. Om de schoorsteen zit een donkere rand, het peristoom, variërend in kleur van geelachtig bruin tot vuilbruin, ook donker asgrijs of grijsachtig bruin.
De onderzijde van het bolletje is tegen de steel gedrukt, er is een gescheurd membraan, dat een soort manchet vormt rond de steel.
Sporenmassa licht oker.
De steel is 14-45 x 1,5-4 mm groot, meestal recht, strogeel tot lichtbruin, vaak glanzend, met een schijfvormig myceliumkussentje aan de voet.
Het exoperidium bestaat uit dikwandige hyphen met een paar opvallende gespen.
Kenmerken van het geslacht Stuifballen  (Tulostoma) waartoe Gesteelde stuifbal behoort.

Stuifballen kom je veel tegen in de grijze duinen en ondanks hun geringe afmetingen vallen ze best wel op tussen het mos en andere kleine plantjes. Anders dan de stuifzwammen hebben de stuifballen een duidelijke, lange steel. Op de steel staat een klein bolletje met een enkele opening waardoor de sporen geleidelijk aan naar buiten kunnen stuiven.
Ze hebben zo hun eigen overlevingstaktiek in de vaak minder gunstige omstandigheden. De vruchtlichamen verschijnen in de oktober-november en groeien langzaam. Als ze eenmaal volgroeid zijn, drogen ze geleidelijk aan uit. Zo hebben de sporen de tijd om te rijpen. Eenmaal rijp ontsnappen de sporen door de kleine opening in het bolletje naar buiten. Tot in maart kun je de bolletjes vinden, maar meestal zijn ze dan wel leeggestoven.

Er zijn inmiddels vier soorten Stuifballen bekend in ons land. Om ze van elkaar te onderscheiden kijk je naar de stuifopening en naar de steel.
  • De stuifopening ziet er uit als een klein schoorsteentje, rond het schoorsteentje is een donkerder gekleurde ring en de steel is donker ==> Donkerstelige stuifbal (T. melanocyclum).
  • De stuifopening ziet er uit als een klein schoorsteentje, rond het schoorsteentje is een donkerder gekleurde ring en de steel is witachtig of bleekbruin ==> Gesteelde stuifbal (T.brumale).
  • De stuifopening ziet er uit als een klein schoorsteentje, de kleur is gelijk aan die van het bolletje en de steel is bedekt met een stro-achtig laagje dat bij het ouder worden afschilfert, de onderliggende laag is fijn wit gevoord ==> Gekraagde stuifbal (T. kotlabae)
  • Er is geen schoorsteentje, de stuifopening is wat ruw en van gelijke kleur als het bolletje ==> Ruwstelige stuifbal (T. fimbriatum)
Onder de microscoop
  • Gesteelde stuifbal (T. brumale) - sporen 4-5 mu, ornamentatie lager dan sterigmerest - capillitium sterk bochtig met variënede wanddiktes en rijk bezet met kristallen - septen 2-3x breder dan aangrenzende hyfen
  • Gekraagde stuifbal (T. kotlabae) - sporen 4-5 mu, ornamentatie lager dan sterigmerest - capillitium regelmatiger met weinig vari&erende wanddiktes en nauwelijks kristallen - septen niet of hooguit 1,5x breder dan aangrenzende hyfen.
  • Donkerstelige stuifbal (T. melanocyclum) - sporen 5-6 mu, dicht bezet met scherpe wratjes die ongeveer even hoog zijn als de sterigmerest - capillitium als van de Gekraagde stuifbal
  • Ruwstelige stuifbal (T. fimbriatum) - sporen 7-8 mu, ornamentatie dicht, wratjes soms door lijntjes verbonden en even hoog als sterigmerest - septen niet verbreed

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - gesteelde_stuifbal
familieStuifballen (Tulostomataceae)
info familieStuifballen hebben anders dan de Stuifzwammen een duidelijke, lange steel. Het bolletje is relatief klein. Ook scheuren Gesteelde stuifballen niet in hun geheel open, in plaats daarvan hebben ze een kleine opening.
Stuifballen kom je veel tegen in de grijze duinen. Ze hebben een eigen overlevingstaktiek in de vaak minder gunstige omstandigheden. De vruchtlichamen verschijnen in de oktober-november en groeien langzaam. Als ze volgroeid zijn moeten ze eerst uitdrogen. Zo hebben de sporen de tijd om te rijpen en geleidelijk komen ze door de kleine opening in het bolletje naar buiten. Tot in maart kun je de bolletjes vinden, maar meestal zijn ze dan wel leeggestoven.
Er zijn inmiddels vier soorten Gesteelde stuifballen bekend in ons land.
Om ze van elkaar te onderscheiden kijk je naar de stuifopening en naar de steel.
De stuifopening ziet er uit als een klein schoorsteentje, rond het schoorsteentje is een donkerder gekleurde ring en de steel is donker ==> Donkerstelige stuifbal (T. melanocyclum).
De stuifopening ziet er uit als een klein schoorsteentje, rond het schoorsteentje is een donkerder gekleurde ring en de steel is witachtig of bleekbruin ==> Gesteelde stuifbal (T.brumale).
De stuifopening ziet er uit als een klein schoorsteentje, de kleur is gelijk aan die van het bolletje en de steel is bedekt met een stro-achtig laagje dat bij het ouder worden afschilfert, de onderliggende laag is fijn wit gevoord ==> T. kotlabae
Er is geen schoorsteentje, de stuifopening is wat ruw en van gelijke kleur als het bolletje ==>Ruwstelige stuifbal (T. fimbriatum)
naam gesteelde_stuifbal (Tulostoma brumale)
waar Duingrasland. Op droge, humusarme, kalkrijke zand- en leembodem, tussen mossen in de duinen, in kalk- en duingraslanden op zonnige hellingen en op begroeide stuifvlakten.
sporeekleur n.a
hoed perkamentachtig licht-tot okerbruin of wittig
steel 3-5 cm x 4-6 mm, wit, naar steelbasis bruin, witte, gerande knolvoet.
plaatjes in afgesloten bol