Geschubde inktzwam

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

Geschubde inktzwam (Coprinus comatus)

De Geschubde inktzwam heeft een cilindrische hoed, van zo′n 5-12 cm hoog. Aanvankelijk is deze hoed wit en bedekt met wittige schubben. Het midden van de hoed is kaal en donkerder van kleur. Bij het ouder worden kleurt de hoed zwartgrijs en begint te vervloeien. Soms zie je de inktdruppels vanaf de overgebleven hoed naar beneden druppelen. De steel is wit en heeft een smalle, loszittende steel. De geur van deze zwam is aangenaam, een beetje kruidig. De Geschubde inktzwam is zeer algemeen en komt voor in bemeste graslanden, op akkers, in wegbermen en in loofbossen.

Vroeger werd de zwarte vloeistof ook daadwerkelijk gebruikt om inkt van te maken. Leg de zwammen op een schoteltje en wacht tot ze vervloeid zijn. Vervolgens kook je de vloeistof samen met wat kruidnagels. De kruidnagels zorgen voor de houdbaarheid. Giet de inkt in een inktpotje, zoek een kroontjespen en je kunt ouderwets gaan schrijven. O ja, vergeet niet een inktlapje te maken van wat restjes stof en een knoop in het midden.
Kenmerken van het geslacht Inktzwammen  (Coprinus) waartoe Geschubde inktzwam behoort.

Inktzwamachtige paddestoelen

De inktzwamachtigen zijn volgens de laatste inzichten op grond van DNA-onderzoek ingedeeld in 4 geslachten, Coprinus, Coprinopsis, Parasola en Coprinellus.

Van deze vier wordt Coprinus gerekend tot de familie Agaricaceae, de overige drie tot de familie Psathyrellaceae.

Het geslacht Coprinus

bevat slechts enkele soorten, de bekendste hiervan is Coprinus comatus (Geschubde inktzwam). Kenmerken van dit geslacht
- ring rond de steel
- jonge lamellen rozig
- koordachtige bundel vezels in de holle steel

Het geslacht Parasola

bestaat uit kleine, paraplu-achtige soorten zonder universeel velum, derhalve met hoeden zonder schubjes, vlokjes, korreltjes enz.
De bekendste soort uit dit geslacht is Parasola plicatilis (Gewoon plooirokje).

Coprinopsis en Coprinellus

zijn zonder microscoop moeilijk van elkaar te onderscheiden. Coprinopsis heeft vaak een duidelijker aanwezig velum, maar dat is geen wet van Meden en Perzen.
Soorten met een ozonium (oranje matje van vezels rond de steel) of soorten met mica-achtige korrels op het hoedoppervlak of soorten die slechts deels vervloeien behoren altijd tot Coprinellus.
Daarna moet de microscoop er toch aan te pas komen. Je kijkt dan naar type hoedhuid en eigenschappen van het velum. Ook de vorm van de sporen speelt een belangrijke rol bij determinatie.
Bekende Coprinopsis soorten zijn Coprinopsis ammophilae (Helminktzwam) en Coprinopsis atramentaria (Grote kale inktzwam) en verder nog een hele waslijst.
De bekendste Coprinellus soorten zijn waarschijnlijk wel de Coprinellus micaceus (Gewone glimmerinktzwam) en de Coprinellus disseminatus (Zwerminktzwam) en verder ook hier nog een hele waslijst aan soorten. Op de Verspreidingsatlas kun je de waslijsten bekijken.

SPECIFICATIES - geschubde_inktzwam
familieFranjehoeden (Psathyrellaceae)
info familiePsathyrellaceae is een paddestoelenfamilie die gekenmerkt wordt door zwarte of donkerbruine sporen en vaak fragiele vruchtlichamen. De vervloeiende inktzwammen uit de vroegere Coprinaceae familie worden inmiddels ook tot deze familie gerekend.
naam geschubde_inktzwam (Coprinus comatus)
waar in bemeste graslanden, braakliggende en bebouwde akkers, wegbermen en loofbossen op voedselrijke grond
sporeekleur zwart
hoed 5-12 cm hoog, eerst cilindrisch, wit, met witachtige, afstaande schubben, met kaal, donker centrum, later zwart verkleurend en vervloeiend
steel steel wit, met smalle, loszittende ring, iets wortelend
plaatjes eerst wit, daarna roodachtig, tenslotte zwart, dicht opeen, aangehecht