Echte kopergroenzwam (Psilocybe aeruginosa)

Echte kopergroenzwam


In de strijd om de titel ′mooiste paddenstoel′ mag de Echte kopergroenzwam niet ontbreken. In elk geval niet bij de liefhebbers van blauw. In het veld is de Echte kopergroenzwam een plaatje met haar mooie blauwgroene, vochtig glanzende hoed die vaak witte velumvlokjes langs de rand heeft. Bij het ouder worden kleurt de hoed naar mosterdgeel. De lamellen zijn aanvankelijk purpergrijs, later donker violetbruin met witte, vlokkige snede. De steel heeft dezelfde kleur als de hoed. Er is een smalle, gevoorde, vliezige ring. Onder de ring is de steel bedekt met vezelige, witte vlokken. De smaak en de geur zijn niet specifiek. De Echte kopergroenzwam groeit in loof- en naaldbossen, op de grond en op dood hout.

De Valse kopergroenzwam lijkt sprekend op de Echte kopergroenzwam, maar de lamellen zijn aanvankelijk bruinachtig en hebben een gelijkgekleurde snede. De steel heeft geen duidelijke ring, maar een vage, vezelige ringzone. Deze kopergroenzwam groeit op lichte plaatsen in bossen, in wegbermen, parken en tuinen, veel tussen brandnetels.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Echte_kopergroenzwam
familieStrophariaceae (Strophariaceae)
info familieTot deze familie behoren o.a.:
- vlamhoeden
- zwavelkoppen
- bundelzwammen
geslacht Kaalkopjes (Psilocybe)
info geslacht Tot deze groep behoren de Kaalkopjes, de Zwavelkoppen en de Stropharia′s. Het is een groep van zeer divers gekleurde (groen, oranjerood, rood, geel, okergeel, geelbruin, oranjebruin, roodbruin) plaatjeszwammen met kegelvormige tot gewelfde, soms van een bultje voorziene hoeden. Sporeekleur is bruin, purperbruin, purperzwart. In Nederland komen 48 soorten voor van het genus Psilocybe; een groot aantal soorten Psilocybe wordt door sommige auteurs in de genera Hypholoma, Stropharia en Melanotus geplaatst.
naam Echte_kopergroenzwam (Psilocybe aeruginosa)
waar op sterk verrot hout, ruw strooisel of op de grond in naald- en loofbossen
sporeekleur donker violetbruin tot violetzwart
hoed slijmerig, donkergroen tot donkerblauw, later mosterdgeel verkleurend, breed klokvormig, later breed convex met centrale bult of vlak, rand met witte velumvlokjes
steel 3-8 cm lang, tot 1 cm dik, droog, jong slijmerig, met smalle, gevoorde , vliezige ring, daaronder vlokkig geschubd
plaatjes aangehecht, witachtig tot bleekgrijs, later paars grijs tot paarszwart of bruin, dichtopeen