Duinparasolzwam (Lepiota erminea)

Duinparasolzwam


Te herkennen aan de hoed, die in het midden bruinig is en glad met daaromheen fijne vezeltjes en aan de velumrestjes die langs de hoedrand hangen. De steel heeft een vezelige ringzone en is verder overlangs vezelig, wit met bruine vlokjes. Dit alles maakt dat de Duinparasolzwam er nogal vlokkerig ('fluffy') uitziet.

De op de Duinparasolzwam lijkende Bleke parasolzwam heeft ook in het midden van de hoed schubjes en is over het geheel genomen schubbiger en bovendien een bosbewoner.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Duinparasolzwam
familieAgaricaceae (Agaricaceae)
info familieHiertoe behoren o.a. Parasolzwammen, Champignonparasols, POederparasols
geslacht Parasolzwam (Lepiota)
info geslacht Parasolzwammen uit het geslacht Lepiota zijn kleiner dan die uit het geslacht Macrolepiota, waarvan de hoed een diameter heeft van meer dan 15 cm. Parasolzwammen groeien op de grond, met een voorkeur voor rijke kalkhoudende bodems.
De hoed is tot 10 cm groot en bedekt met schubjes. De lamellen staan vrij van de steel. De slanke steel heeft een ring en is vaak bedekt met velumvlokjes. De sporen zijn wit.
Veel soorten parasolzwammen zijn giftig, sommige zelfs dodelijk.
naam Duinparasolzwam (Lepiota erminea)
waar in grazige vegetatie op zandige bodem, algemeen in de duinen en langs de zeereep
sporeekleur wit
hoed 2- 7 cm, halfbolvormig met ingebogen rand, later gewelfd, soms met laag umbo, droog, middenin glad, daaromheen fijn vezelig, aan de rand velumresten, wit, centrum bruinig
steel lengte van hoeddia. , 3-10 mm dik, met vezelige ringzone, wit met bruinige vlokjes, droog, overlangs vezelig
plaatjes vrij, wit