Bruine satijnzwam (Entoloma sericeum)

Bruine satijnzwam


Kenmerkend voor de Bruine satijnzwam zijn de egaal donkerbruine hoed en de bruinroze lamellen. De steel is zilverig overlangs gestreept en iets lichter van kleur dan de hoed. De sporen zijn roze. Het is een zeer algemene paddestoel van diverse typen graslanden.

Gedetailleerde beschrijving volgens de Mycobank
De hoed is meestal iets ingedeukt, maar kan ook een kleine papil hebben. De hoedrand is aanvankelijk gekruld, later recht. Bij oudere exemplaren vaak golvend. De bruine satijnzwam is hygrofaan, vochtig doorschijnend gestreept (tot halverwege bij var. sericeum, tot in het midden bij var. nolaniformis), sterk verblekend langs de radiale strepen bij opdrogen. Het oppervlak is glad en opgedroogd zijdeachtig glanzend. De kleur varieert van donkersepia, roodbruin, grijsbruin tot vaalbruin.
Afmeting lamellen: L=22-50, I=3-7. Ze staan vrij dicht op elkaar. De aanhechting varieert van bijna vrij tot zelfs iets aflopend. De kleur is aanvankelijk lichtbruin, maar verkleurt door de roze sporen uiteindelijk naar roodbruin. De lamelsnede heeft dezelfde kleur en is vaak afgebrokkeld.
Afmeting steel:13-75 x 2-6 mm, cylindrisch of breed uitlopend naar de voet, soms overlangs afgeplat. Bij var. sericeum ongeveer even lang als de hoeddiameter, bij var. nolaniformis veel langer. Kleur als van de hoed of iets lichter. Zilverachtig gestreept in lengterichting, vezelig. De top is berijpt, de voet wit viltachtig.
Smaak en geur meelachtig-ranzig.
Sporen (7.0)7.5-10.5 x 6.5-8.5(9.5) micron, Q=1.0-1.25, Q av.1.1, subisodiametrisch (diameter vanuit elk punt hetzelfde), duidelijk 5-hoekig in zijaanzicht. Basidia 4-sporig, met gespen, 24-45x10.5-12.5(-17.7) tm. Lamelsnede niet steriel. Geen cystidiën.
De hoedhuid is een dunne cutis bestaande uit smalle, cilindrische hyfen van 2.5-12 micron breed. Het pigment geïncrusteerd in hoedhuid en -vlees. Talrijke gespen in hymenium.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Bruine_satijnzwam
familieSatijnzwamfamilie (Entolomataceae)
info familieEen grote familie gevormd door drie geslachten, Entoloma, Rhodocybe en Clitopilus (resp. Satijnzwammen, Zalmplaat en Molenaar). Kenmerkend zijn de roze tot rozebruine sporen. Deze sporen hebben een bijzondere wandstructuur van ribben en knobbels. De wand is gelaagd in tegenstelling tot die van andere rozesporige families als de Hertenzwammen en de Beurszwammen. Ook de Schijnridderzwammen hebben een roze sporenfiguur, maar ook hier missen de sporen de specifieke wandstructuur.
geslacht Satijnzwammen (Entoloma)
info geslacht Het geslacht Entoloma omvat wereldwijd minimaal zo´n 2000 soorten.
Determineren van deze paddenstoelen is bijna alleen mogelijk met behulp van microscopische kenmerken. Veldkenmerken zijn
  • de uiterlijke vorm - lijkt de zwam uiterlijk op een collybia, een schelp- of oorzwammetje, een vezelkop, een mycena, een trechterzwam, een hertenzwam of een ridderzwam?
  • Zijn de hoed- en het steeloppervlak glad of niet? Is alleen de rand glad of het hele oppervlak?
  • Is de hoed hygrofaan of niet?
  • Ecologische kenmerken - waar groeit de paddenstoel? Grasland, bos, veen, alpine zone etc.
  • Ook de verschijningstijd kan een indicatie zijn: de voorjaarssatijnzwammen verschijnen vanaf laat in de winter tot in het voorjaar
Onder de microscoop:
Bekijk en meet de sporen, bepaal de Q-waarde (lengte/breedte) en bepaal aan de hand hiervan of de omtrek isodiametrisch (Q tussen 1,0 en 1,1), subisodiametrisch (Q tussen 1,1 en 1,25) of heterodiametrisch (Q dan 1,25) is. Tel het aantal hoeken in zijaanzicht (de hoek van de apiculus telt ook mee). Er komen ook satijnzwammen met knobbelige, kubusvormige of stervormige sporen voor.
Belangrijk is de aan- of afwezigheid van gespen aan de voet van de basidiën.
De aan- of afwezigheid van cystiden op de lamelsnede en deels op de zijde van de lamel (pleurocystiden) en op de steel (caulocystiden) is eveneens bepalend bij determinatie.
De structuur en pigmentatie van de hoedhuid zijn sleutelkenmerken binnen de satijnzwammen. Al bij het verzamelen is het belangrijk te letten op de hoedstructuur - zijn er fijne vezeltjes en/of schubjes, kleine adertjes of oneffenheden? Kijk onder de microscoop in welke richting de hyfen lopen
- parallel aan het hoedoppervlak (cutis)
- hyfen opstijgend en loodrecht op de straal van de hoed - trichoderm
- eindcellen ongeveer even lang en in het gelid staand (hymeniderm)
- eindcellen rond en in korte ketens (calliderm)
En dan is er nog de pigmentatie. De kleurstof kan intracellulair = opgelost in het celvocht zijn
geïncrusteerd = het pigment zit op de wand van de hyfe
membranair = pigment in de wand van de hyfe
De verschillende pigmenttypes kunnen ook gecombineerd voorkomen.
Zie Hoe raak ik thuis in de Satijnzwammen van Machiel Noordeloos in Coolia 45-2 voor heel veel meer informatie over satijnzwammen
naam Bruine_satijnzwam (Entoloma sericeum)
waar allerlei soorten grasland, algemeen
sporeekleur roze
hoed 12-75 mm, jong gewelfd, later vlak gewelfd en vaak golvend, soms met umbo, droog, wat vettig aanvoelend kaal, donkerbruin met doorschijnend gestreepte rand, hygrofaan
steel even lang als hoeddia., 2-7 mm dik, cilindrisch of overlangs afgeplat, geen velum, oppervlak droog, zilverig overlangs gestreept, donkerbruin
plaatjes variabel aangehecht, eerst bleek grauw, later bruinroze