Bleke franjehoed

Bleke franjehoed (Psathyrella candolleana)

De Bleke franjehoed heeft een donkerrode hoed, die verkleurt via okerbruin naar oker met een gele, grijze, paarsige of violette zweem. Bij uitdroging wordt de kleur wit of grijs. De hoed is hygrofaan en tot halverwege vanaf de rand gestreept.
Op de hoed zitten verspreid vlokjes van het velum universale . Langs de rand hangen vlokjes van het velum partiale.
De lamellen zijn talrijk en staan dicht opeen. De kleur is aanvankelijk wit, later grijs met een rose gloed en ten slotte donkerbruin met paarsige zweem.
De Bleke franjehoed is te vinden in rijke loofbossen, in parken en tuinen op of nabij stronken of verrot hout - van de lente tot in de herfst. Onder de microscoop vallen de relatief kleine sporen op (6.5-10x4.5.5 mu), Qav 1.5-1.9, langwerpig, eivormig, ellipsvormig tot subcilindrisch. Sporenmassa donkerbruin. Sporen in water lichtbruin.
Cheilocystiden 35-70(-140_x8-20 mu, buikvormig tot smal buikvormig, flesvormig tot subcilindrisch, soms knotsvormig - talrijk. Of klein knotsvormig, verspreid.
Velumcellen 15-120x 2-25 mu.
Kenmerken van het geslacht Franjehoed  (Psathyrella) waartoe Bleke franjehoed behoort.

Vruchtlichaam breekbaar, hoed droog, meestal hygrofaan, geschubd of vlokkig dan wel kaal, niet gegroefd, niet vervloeiend. De lamellen zijn aangehecht, niet vervloeiend. De steel is kaal tot vlokkig, soms wortelend, meestal zonder ring. Sporee donkerbruin of bruinzwart

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - bleke_franjehoed
familieFranjehoeden (Psathyrellaceae)
info familiePsathyrellaceae is een paddestoelenfamilie die gekenmerkt wordt door zwarte of donkerbruine sporen en vaak fragiele vruchtlichamen. De vervloeiende inktzwammen uit de vroegere Coprinaceae familie worden inmiddels ook tot deze familie gerekend.
naam bleke_franjehoed (Psathyrella candolleana)
waar in loofbossen, parken en tuinen bij stronken of verrot hout - voorjaar tot herfst
sporeekleur donkerbruin - licht bruin in water
hoed 20-100 mm, laag convex, donker roodbruin, verblekend naar oker met gele, grijs os paarsige zweem, tot halverwege gestreept, hygrofaan, bij opdrogen wit of grijs, met velumvlokjes verspreid over de hoed en afhangend van de rand
steel 40-100x 3-10 mm, wit en broos
plaatjes dicht opeen, talrijk, wit, later rossig grijs, ten slotte donkerbruin, aangehecht