Blauwplaatstaalsteeltje (Entoloma chalybaeum)

Blauwplaatstaalsteeltje


Een mooi blauw-zwart paddestoeltje, vooral als je de lamellen bekijkt bij jonge exemplaren - een prachtige combinatie van wit en blauw. De steel is anders dan bij de overige satijnzwammen glad. Het hoedje oogt zwart, bij oudere exemplaren bruin. Een vrij zeldzame paddestoel, die je vooral in de kuststreek tegenkomt.

Gedetailleerde beschrijving Mycobank
Hoedafmeting 14-40 mm, gewelfd of klokvormig, niet tot weinig ingedeukt in het midden, hoedrand gekruld, nauwelijks uitspreidend bij het ouder worden. Niet hygrofaan, niet doorschijnend gestreept, soms gestreept tot eenderde van de straal. Kleur donker indigoblauw, bijna zwart in het midden, randen bleker. Bij het ouder worden meer bruinachtig blauw met violette zweem. Bedekt met kleine, radiaal liggende, aangedrukte tot iets opwippende schubjes, soms glad bij ouder worden.
Lamellen L=20-40, I = 1-5, vrij ver uit elkaar staand, aanhechting diep uitgebocht tot vrij, gezwollen, grijsviolet of blauwviolet, bij het ouder worden grijsachtig roze met bruine lamelsnede.
Steel 2-50x2-3.5 mm, cilindrisch tot met opvallend brede voet, soms samengedrukt met groef, donker grijsblauw, iets lichter dan hoed, fijn berijpt bij de top, fijn viltig aan de voet, verder glad, gepolijst of met kleine, wit viltige stukjes.
Geur en smaak neutraal
Sporen 8.5-12.5x6.5-8.5 micron. Q=11.2-1.75, Q av. 1.45, ellipsoïde in zijaanzicht met 6-9 hoeken en dihedrale basis. Basidia 27-51x14 micron, 4-sporig, geen gespen. Lamelsnede steriel. Cheilocystidia 35-75x5-18 micron, cilindrisch tot knotsvormig, vaak met lichtbruin intracellulair pigment.
Hoedhuid een trichoderm, in het midden bijna een hymeniderm bestaande uit 35 micron grote, knotsvormige elementen. Pigment bruinachtig blauw, intracellulair in hoedhuid en bovenste vlees. Hoedvlees met brilliant granules. Geen gespen.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Blauwplaatstaalsteeltje
familieSatijnzwamfamilie (Entolomataceae)
info familieEen grote familie gevormd door drie geslachten, Entoloma, Rhodocybe en Clitopilus (resp. Satijnzwammen, Zalmplaat en Molenaar). Kenmerkend zijn de roze tot rozebruine sporen. Deze sporen hebben een bijzondere wandstructuur van ribben en knobbels. De wand is gelaagd in tegenstelling tot die van andere rozesporige families als de Hertenzwammen en de Beurszwammen. Ook de Schijnridderzwammen hebben een roze sporenfiguur, maar ook hier missen de sporen de specifieke wandstructuur.
geslacht Satijnzwammen (Entoloma)
info geslacht Het geslacht Entoloma omvat wereldwijd minimaal zo´n 2000 soorten.
Determineren van deze paddenstoelen is bijna alleen mogelijk met behulp van microscopische kenmerken. Veldkenmerken zijn
  • de uiterlijke vorm - lijkt de zwam uiterlijk op een collybia, een schelp- of oorzwammetje, een vezelkop, een mycena, een trechterzwam, een hertenzwam of een ridderzwam?
  • Zijn de hoed- en het steeloppervlak glad of niet? Is alleen de rand glad of het hele oppervlak?
  • Is de hoed hygrofaan of niet?
  • Ecologische kenmerken - waar groeit de paddenstoel? Grasland, bos, veen, alpine zone etc.
  • Ook de verschijningstijd kan een indicatie zijn: de voorjaarssatijnzwammen verschijnen vanaf laat in de winter tot in het voorjaar
Onder de microscoop:
Bekijk en meet de sporen, bepaal de Q-waarde (lengte/breedte) en bepaal aan de hand hiervan of de omtrek isodiametrisch (Q tussen 1,0 en 1,1), subisodiametrisch (Q tussen 1,1 en 1,25) of heterodiametrisch (Q dan 1,25) is. Tel het aantal hoeken in zijaanzicht (de hoek van de apiculus telt ook mee). Er komen ook satijnzwammen met knobbelige, kubusvormige of stervormige sporen voor.
Belangrijk is de aan- of afwezigheid van gespen aan de voet van de basidiën.
De aan- of afwezigheid van cystiden op de lamelsnede en deels op de zijde van de lamel (pleurocystiden) en op de steel (caulocystiden) is eveneens bepalend bij determinatie.
De structuur en pigmentatie van de hoedhuid zijn sleutelkenmerken binnen de satijnzwammen. Al bij het verzamelen is het belangrijk te letten op de hoedstructuur - zijn er fijne vezeltjes en/of schubjes, kleine adertjes of oneffenheden? Kijk onder de microscoop in welke richting de hyfen lopen
- parallel aan het hoedoppervlak (cutis)
- hyfen opstijgend en loodrecht op de straal van de hoed - trichoderm
- eindcellen ongeveer even lang en in het gelid staand (hymeniderm)
- eindcellen rond en in korte ketens (calliderm)
En dan is er nog de pigmentatie. De kleurstof kan intracellulair = opgelost in het celvocht zijn
geïncrusteerd = het pigment zit op de wand van de hyfe
membranair = pigment in de wand van de hyfe
De verschillende pigmenttypes kunnen ook gecombineerd voorkomen.
Zie Hoe raak ik thuis in de Satijnzwammen van Machiel Noordeloos in Coolia 45-2 voor heel veel meer informatie over satijnzwammen
naam Blauwplaatstaalsteeltje (Entoloma chalybaeum)
waar schrale, mosrijke graslanden en wegbermen, duinen
sporeekleur roze
hoed 1-3 cm breed, donker staalblauw tot blauwzwart, oude ex. donkerbruin, halfbolvormig tot klokvormig, fijn viltig-schubbig
steel zelfde kleur als de hoed, jong berijpt, later kaal
plaatjes jong blauwachtig, later door de rijping van de sporen roze-lila, snede gelijk gekleurd of bruinachtig, smal aangehecht, wijd uitstaand