Baretaardster

Baretaardster (Geastrum striatum)

Het bolletje van de Baretaardster (Geastrum striatum) is 8-19 mm breed en meestal baretvormig samengedrukt. De kleur is aanvankelijk lichtbruin, maar het oppervlak is meestal bedekt met een vuil wit poederig laagje en fijne kristallen. Het bolletje wordt bij veroudering donkerder van kleur (loodgrijs, zwartbruin of met koperkleurige zweem) en vaak ook wat glanzend, maar het poederige laagje blijft min of meer.
De onderzijde van de slippenkrans heeft geen litteken en is bedekt met veel vastgegroeide aarde. Er zijn 6-11 slippen. De Baretaardster is niet hygroscopisch. De bovenzijde van de slippen is aanvankelijk licht gekleurd, later bruiner.


Het bolletje is gesteeld en glad en heeft een scherp kraagvormige apophyse*. Steel langer dan 2 mm. Boven de apophyse is de wand van het bolletje radiair aderig geplooid.

* De apophyse is een uitzakking van de wand van het bolletje bij de overgang naar de steel. Als er een apophyse is, dan is er ook een steel. Een en ander is vaak echter pas te zien bij oude of droge exemplaren.

De steel is aanvankelijk omringd door een cilindervormige, dikke ring.

De mondzone is kegelvormig en vaak hoog, gevoord-geplooid, vaak met een duidelijke ringvoor.

Jonge exemplaren kunnen verward worden met de Grote aardster, die eveneens een vlezige ring rond de steel heeft. Na indrogen zijn de soorten te onderscheiden door de vorm van de apophyse.

Bron: De Aardsterren van Nederland en België door Leo Jalink, HIER te downloaden
Kenmerken van het geslacht Aardster  (Geastrum) waartoe Baretaardster behoort.

Jonge aardsterren zijn bolvormig of lijken op een tulpenbol. In het bolletje zit het sporenvormend weefsel. Men noemt dit gleba. Als de sporen rijp zijn scheurt de buitenlaag van het bolletje stervormig open. De slippen die nu zijn ontstaan drukken het bolletje omhoog. Het bolletje komt los van de zwamvlok in de grond. Deze zwamvlok kan na verloop van tijd weer nieuwe vruchtlichamen voortbrengen.
De rijpe sporen ontsnappen geleidelijk door een opening in het bolletje.

De vorm van de opening (mondzone) is belangrijk bij determinatie. De mondzone kan ontbreken, gevoord-geplooid of gewimperd, laag kegelvormig of kegelvormig zijn. De mondzone kan scherp begrensd zijn of geleidelijk in de wand van het bolletje overgaan. Verder kan er rond de opening een zone (hof) zijn die anders gekleurd of anders van structuur is.

De wand van het bolletje kan bedekt zijn met duidelijk zichtbare kleine kristallen (Kleine aardster bv) of, met een melige bepoedering (Baretaardster bv). De Peperbus heeft een grof korrelig oppervlak, terwijl bv. De Ruwe aardster vezelig wrattig oppervlak heeft. Het Weerhuisje heeft een wollig-vezelig oppervlak. Andere soorten hebben een glad oppervlak.

Behalve het bolletje zijn ook de slippen belangrijk bij determinatie. Sommige aardsterren hebben min of meer hydroscopische slippen, d.w.z. dat ze bij vochtig weer uitspreiden en bij droogte weer dichtvouwen.
Ook de onderzijde van de slippen doet mee bij determinatie. Soms is een litteken te zien op de plek waar de zwamvlok vast heeft gezeten aan het vruchtlichaam. De onderzijde van de slippenkrans is bij deze aardsterren meestal bruinachtig. Bij andere soorten is de zwamvloklaag wollig en bedekt met vastgegroeide aarde. Er is geen litteken, omdat de zwamvlok bij deze aardsterren niet op 1 punt was aangehecht, maar het gehele vruchtlichaam omgaf. En dan is er nog een derde mogelijkheid, nl. de zwamvloklaag laat los van de vezellaag behalve bij de slippen. Er blijft dan een soort kommetje achter in de grond onder de aardster. (Bruine, Gewimperde, Viltige, Tepel- en Bloemaardster). De punten van de slippen wijzen in min of meerdere mate naar de grond.

Bron: De Aardsterren van Nederland en België van Leo Jalink. Te downloaden via de site van de Nederlandse Mycologische Vereniging

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - baretaardster
familieAardsterren (Geastraceae)
info familieVruchtlichaam aanvankelijk uivormig. Bij rijping scheurt de buitenwand en krullen de delen stervormig naar buiten. Hierdoor komt een bolletje met sporen vrij.
In Nederland komen 19 soorten voor. Ze worden hoofdzakelijk in de duinen gevonden.
naam baretaardster (Geastrum striatum)
waar in tuinen, plantsoenen, bossen en duinstruwelen bij loofbomen als iep, es en eik op droog, matig humus- en voedselrijk zand. In de duinen vaak bij meidoorn of in duindoornstruweel.
sporeekleur donkerbruin - sporen bruin, bolvormig, wrattig, 4.3-5.5(6.0) mu, springdraden 8 mu, dikwandig, doorschijnend geelbruin tot bruin
hoed bolletje met 6-11 puntige slippen, doorsnede 2-6 cm, mondzone gevoord-geplooid, melig, lichtbruin tot donker loodgrijs tot bruinzwart
steel 3-7 cm lang, halverwege met ringzone en met scherpe, kraagvormige plooi, bolletje uiteindelijk baretvormig
plaatjes -