Wederik

Grote wederik (Lysimachia vulgaris)

De Grote Wederik heeft een rechtopstaande stengel en vrij grote, trechtervormige, gele bloemen, die in pluimen aan het eind van de stengels of zijtakken staan. De gehele plant is behaard.
Het blad staat of paarsgewijs tegenover elkaar of in kransen van drie of vier en heeft een korte steel. Het blad is niet bezet met zwarte klierpuntjes.
De bloemen staan in een pluim. De kelkslippen zijn evenals de kroonbladen met elkaar vergroeid. De gele kroonbladen hebben een oranjerode vlek aan de voet. De bovenzijde is vaak bezet met kliertjes. De rand van de kroonslippen is kaal.
De kelkbladen hebben een rode, gewimperde rand.
De helmdraden zijn vergroeid met de kroonbladen en deels ook met elkaar. Ook de helmdraden dragen oliekliertjes.
De bloemen worden bezocht door zweefvliegen en wilde bijtjes, en dan vooral Slobkousbijtjes.
De planten hebben een wortelstok met ondergrondse uitlopers, soms lopen deze bij planten aan de waterkant uit tot in het water.
Grote wederik groeit vanaf eind juni tot in augustus in vochtige tot natte, redelijk voedselrijke gebieden. Vaak in gezelschap van Kattenstaart en Moerasandoorn.

De Moeraswederik heeft veel kleinere, 6-tallige bloempjes, die in dichte trossen in de oksels van de bladeren zitten. De kroonblaadjes zijn smal, evenals de kelkslippen. Er zijn talrijke meeldraden. De bloem lijkt daardoor enigszins op een wilgenkatje. Het blad is ongesteeld en meestal bezet met zwarte kliertjes.

De Puntwederik (L. punctata) is een verwilderde tuinplant. De bloemen staan in schijnkransen in de oksels van de bladeren en vormen dus een 1 lange tros in plaats van een pluim. De kelkslippen zijn 5-10 mm lang en geheel groen (vergelijk Grote wederik kelkslippen 3-5 mm lang en met rode rand). De kroonslippen zijn klierachtig gewimperd. De bladen zijn meesal in kransen van 3 of 4.

De Gewone wederik heeft een lange geschiedenis als kruid dat gebruikt werd om het vee en de paarden rustig te houden. Het schijnt vliegen en andere insecten te verdrijven.
Kenmerken van het geslacht Wederik  (Lysimachia) waartoe Grote wederik behoort.

De bladeren van de Wederik staan twee aan twee, of bij drie- of viertallen, langs een rechtopstaande of kruipende stengels. De bloemen zijn geel.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - grote_wederik
familieSleutelbloemfamilie (Primulaceae)
info familiePlanten uit deze familie hebben tweeslachtige, alzijdig symmetrische bloemen. De kelk bestaat uit 4 of 5 slippen. De bloemblaadjes zijn aan de voet vergroeid tot een buis. Deze buis heeft aan de top 4 of 5 lobben of slippen. Er zijn evenveel meeldraden als kroonslippen - die meeldraden staan recht voor de kroonslippen (normaal is dat ze elkaar afwisselen). Het vruchtbeginsel is bovenstandig, 1-hokkig, met veel zaadknoppen op een centrale zaaddrager. De vrucht is een doosvrucht. De bloemen zijn meestal fraai gekleurd en worden daarom veel als sierplant gekweekt.
naam grote_wederik (Lysimachia vulgaris)
waar moerassen, rietlanden, waterkanten
bloei juni - augustus
kleur geel
blad lancetvormig, tegenoverstaande paren of in kransen van drie of vier
vrucht doosvrucht met deksel