Duinrus

Duinrus (Juncus alpinoarticulatus)

Juncus alpinoarticulatus (Northern Green Rush) Rechte rus

Bloemen
5-25 bloemhoofdjes in een vertakte pluim aan de top vande stengel. De pluim is langer dan breed, de takken staan rechtop tot schuin afstaand. De onderste takken worden ondersteund door een rechtopstaand, bladachtig schutblad dat soms, maar meestal niet boven de pluim uitsteekt.
Elke bloemhoofdje is 2-6 mm in diameter groot en er staan 2-10 bloemen in.
De bloemen hebben 6 bloemdekbladen. De buitenste 3 zijn 1.8-3.0 mm lang en lopen uit in een punt. Deze punt is iets onder de eigenlijk stompe punt geplaatst. De binnenste 3 bloemdekbladen zijn even lang of iets korter en meestal stomp tot afgerond aan de top. Alle zijn kastanjebruin met een groene tot strogele middenstreep en een smalle, witte, vliezige rand. De bloemen zijn ongesteeld tot kort gesteeld, ze hebben 3 stempels en 6 meeldraden. De helmhokjes zijn half de lengte van de helmdraden.

Bladen en stengels
Een bloeiende stengel heeft 1 of 2 verspreid staande bladeren en 0-3 wortelbladeren. De bladen zijn 1.5-10 cm lang en 1.1 mm breed en rond op doorsnede met dwarsschotten op regelmatige afstanden.
De bladschede is open en aan de top zitten oortjes die 0.5-1.2 mm lang zijn, afgerond aan de top en met een doorzichtige rand.
De stengels zijn glad, rechtopstaand, onvertakt behalve in de pluim. De stengels vormen losse pollen. De plant heeft een kruipende wortelstok.

Vruchten
Driehoekige doosvrucht die 2.3-3.5 mm lang is. De vrucht is ongeveer even lang als de bloemdekbladen of steekt er tot 0.5 mm boven uit. De top is meestal afgerond. Bij het rijpen verkleurt de vrucht naar donker kastanjebruin.
De vrucht bevat vele zaden. Deze zijn langwerpig-elliptisch tot eivormig, versmald aan de top, 0.5-0.7 mm lang, bij rijpheid donker goudbruin en met een kreukelige huid.

De gelijkende Juncus articulatus (Zomprus) verschilt iets in de bloemdekbladen en de doosvrucht.
De doosvrucht is minder duidelijk afgerond en steekt 1 mm boven de bloemdekbladen uit, de binnenste bloemdekbladen zijn spits.

De Alpenrus (J. alpinoarticulatus subsp. alpinoarticulatus) heeft kleinere doosvruchten die nauwelijks langer zijn dan de bloemdekbladen. De buitenste bloemdekbladen zijn onduidelijk stekelpuntig. De soort komt bij ons alleen in de Achterhoek voor.

Bij de Duinrus (J. alpinoarticulatus subsp. atricapillus) is de stengel aan de voet rolrond of samengedrukt, de bladen hebben een iets samengedrukte schede en een rolronde of zijdelings samengedrukte bladschijf. De bloeiwijze is sterk vertakt, meestal dicht, met tal van hoofdjes waarvan de stelen ongeveer even lang zijn als de hoofdjes.

Juncus articulatus (Zomprus)
Bloemen
3-30 bloemhoofdjes in een vertakte pluim aan de top van de stengel. De pluim is even lang als breed of langer dan breed. De takken staan rechtop, opstijgend of afstaand. De onderste takken worden ondersteund door een rechtopstaand, bladachtig schutblad dat niet boven de pluim uitsteekt.
Elk bloemhoofdje is 6-8 mm in doorsnede en bevat 3-10 bloemen. De vorm is omgekeerd conisch tot halfrond.
De bloemen hebben 6 bloemdekbladen, alle zijn even lang - 1.8-3.0 mm en lopen uit in een spits. Ze zijn groen tot strogeel tot donker kastanjebruin en hebben een witte, vliezige rand. De bloemen zijn ongesteeld, de stijl heeft 3 stempels en er zijn 6 meeldraden waarvan de helmhokjes even lang zijn als de helmdraden.

Bladen en stengels Een bloeiende stengel heeft meestal 3-6 verspreid staande bladeren en 0-2 wortelbladen. De bladen zijn 1.5-10 cm lang en tot 1,1 mm breed, rond op doorsnede, met op regelmatige afstanden dwarsschotjes. De bladen zijn korter dan de stengels. De schede is open. De bladschede heeft 2 oortjes van 0.5-1 mm lang, ze zijn rond aan de top en hebben een vliezige rand. Bladschede op de rug scherpkantig.
De stengels zijn 2-bladig, lang, rolrond, glad, onvertakt behalve in de pluim, rechtopstaand of liggend en aan de top opstijgend of ze drijven in het water.
De plant heeft een kruipende wortelstok.

Vruchten De driekantige doosvrucht is 2.8-4 mm lang en steekt ongeveer 1 mm boven de bloemdekbladen uit. De vrucht loopt spits toe. Bij rijpheid verkleurt de vrucht naar donker kastanjebruin. De vrucht bevat vele zaden. Ze zijn ovaal, 0.5 mm lang, en bij rijpheid donker goudbruin, huid vaag gerimpeld.

Samenvattend De bloemdekbladen van de Zomprus zijn alle spits - bij de Duinrus zijn de binnenste bloemdekbladen stomp, de buitenste hebben een onder de stompe top geplaatst spitsje.

De vrucht van de Zomprus loopt spits toe en steekt 1 mm boven de bloemdekbladen uit - de vrucht van de Duinrus is afgerond aan de top en steekt slecht 0.5 mm boven de bloemdekbladen uit.

Verschil met de Zomprus (toen nog Juncus lamprocarpus geheten) volgens Flora Batava
- de op de rug scherpkantige bladschede
- kleinere, meer samengedrongen bloemspies met rechtopstaande takken en kleine bloemhoofdjes
- stompe bloemdekbladen met stekelpuntje. De vliezige rand van de bloemdekbladen is dikwijls naar binnen omgeslagen, waardoor zij spitser lijken dan ze in werkelijkheid zijn.


Bij bloeiende exemplaren is te zien dat de helmhokjes van de Duinrus half zo lang zijn als de helmdraden, terwijl bij de Zomprus de helmhokjes ongeveer even lang zijn als de helmdraden.

Knolrus (Juncus bulbosus - supinis - uliginosus)

Bladen en stengels De stengel is draadvormig. De bladeren zijn ook zo goed als haarvormig. Ze hebben een smalle sleuf aan de ene zijde en staan bol aan de andere zijde.
De pluim is eindstandig, de takken staan min of meer uitgespreid.

Bloemen Bloemhoofdjes op afstand van elkaar. Er zijn 3 meeldraden. De bloemdekbladen lancetvormig, de buitenste spits en de binnenste stomp. Ze zijn korter dan de doosvrucht. De kleur is roodachtig.

Vrucht
Zaaddoos langwerpig-stomp gespitst.
Wortel vezelig met knolvormige ring.
Kenmerken van het geslacht Rus  (Juncus) waartoe Duinrus behoort.

Kijk als eerste stap bij het determineren of de bloemen alleen of met meerdere bijeen in een hoofdje staan. Alleenstaande bloemen sluiten al veel mogelijkheden uit.
Vervolgens vormen de plaatsing van de bloeiwijze (zijdelings of aan de top van de stengel) en de uitbundigheid van de vertakkingen en bloeiwijzen een handig handvat voor een eerste indeling.
Bepalend voor het uiterlijk van de rus is vaak ook de lengte van het schutblad. Dit blad zit iets onder de bloeiwijze aan de stengel. Soms is het veel langer dan de bloeiwijze. Het lijkt dan alsof de stengel heel ver doorloopt en de bloeiwijze zijdelings geplaatst is.

Het geslacht Juncus (Rus) heeft onbehaarde, smalle, meestal priemvormige bladen en veelzadige vruchten. Het geslacht Veldbies (Luzula) dat eveneens tot de Russenfamilie behoort heeft aan de rand vezelig behaarde, vlakke bladen en een 3-zadige vrucht.
Bij het determineren van de verschillende russen wordt, zoals al opgemerkt, als eerste gekeken naar de plaatsing van de bloeiwijze en naar het aantal bloemen in het hoofdje.
  • De bloemen (meestal in trossen) zitten zijdelings aan de steel
  • De bloemen zitten aan de top van de stengels. De stengel vertakt zich in hoofd- en zijtakken. Men onderscheidt hier weer 2 types.
    • een compacte pluim bestaande uit enkele takjes. Aan de takjes zitten 1 of meerdere bloemen.
    • een losse pluim bestaande uit veel takjes


Een tweede kenmerk zit helaas onder de grond. Een korte of lange wortelstok. De planten met korte wortelstok kunnen gemakkelijk uit de grond worden getrokken, die met een lange wortelstok niet. Maar ja.... ga in een druk bezocht natuurgebied maar eens een plantje uit de grond trekken.... . Gelukkig verraadt de vorm waarin de planten groeien ook al het een en ander over de lengte van de wortelstok.
Op de knopen van de lange wortelstok ontwikkelen zich op min of meer gelijke afstand spruiten. De planten staan derhalve keurig in het gelid en vormen met elkaar zoden of matten. Een mooi voorbeeld hiervan is de Veldrus.
De planten met korte wortelstok groeien in pollen.
De Trekrus (een rus van heidevelden) groeit in heksenkringen.

Op zoek naar een derde belangrijk kenmerk moet je de bladeren en de stengel van de plant doorsnijden. Is de stengel gevuld of hol en al dan niet voorzien van dwarsschotten? Is de stengel rond of afgeplat? Bij sommige soorten zijn de dwarsschotten ook aan de buitenkant al duidelijk te onderscheiden.
Er zijn wortelbladen en meestal ook, kortere, stengelbladen. De bladeren zitten met een bladschede aan de stengel en hebben al dan niet oortjes. Ook dit dient te worden bestudeerd.

De bloemen hebben 2 kransen van drie bloemdekbladen. Ze zijn meestal bruin, soms voorzien van een groene streep. De vorm is lancetvormig, spits of meer stomp en soms is er nog een topspitsje. Er zijn 6 meeldraden, soms slechts 3.
De vrucht is 1- of 3-hokkig. De vorm van de vrucht is driekantig, eivormig of sigaarvormig. Bovenop de vrucht zit een stijl met vaak roze getinte stempels.
Bij het determineren kijk je naar de lengte en de al dan niet spitse top van de buitenste 3 bloemdekbladen en die van de binnenste 3 bloemdekbladen. Ze zijn niet altijd gelijk gevormd of even lang. Ook de kleur speelt uiteraard een rol. Daarna bekijk je de vorm van de vrucht en de lengte van de stijl.

Het moge duidelijk zijn, het determineren van de rus is een hele klus.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - duinrus
familieRussenfamilie (Juncaceae)
info familieKruidachtige, 1-jarige of overblijvende planten. Meestal met een wortelstok. Leden van de Russenfamilie hebben smalle, grasachtige bladeren. De bloemen zijn regelmatig van vorm en 2-slachtig. Er zijn 6 bloemdekbladen, die groen, bruin of strokleurig zijn, aan de rand vaak vliezig. Er zijn 6 of 3 meeldraden. Het vruchtbeginsel is bovenstandig, 1-3-hokkig met 3 draadvormige stempels. De vrucht is een 3- tot veelzadige doosvrucht.
naam duinrus (Juncus alpinoarticulatus)
waar
bloei juli, augustus, september
kleur kastanje bruin met groene tot strogele streep
blad 1-2 verspreid staande bladeren, 0-3 wortelbladeren, met dwarsschotten
vrucht veelzadige doosvrucht spits