Akkergoudsbloem (Calendul arvensis)

Akkergoudsbloem


In ons land komt de Akkergoudsbloem slechts adventief voor. De plant is afkomstig uit Zuid-Europa. De Goudsbloem die wij hier kennen (Calendula officinalis - Tuingoudsbloem) is forser (bloemhoofdjes 2-5 cm) dan de Akkergoudsbloem (bloemhoofdjes 1-2 cm). De bloemen van de Tuingoudsbloem zijn meestal oranje, die van de Akkergoudsbloem goudgeel. Ook de bladeren verschillen: de bladen van de Tuingoudsbloem zijn boven het midden het breedst en stomp, die van de Akkergoudsbloem zijn in het midden het breedst en de top is spits.
Bij de Tuingoudsbloem zijn alle nootjes gekromd en bootvormig. Bij de Akkergoudsbloem zijn de buitenste nootjes lijnvormig, recht of weinig gekromd, en gesnaveld, de overige nootjes zijn sterk gekromd en min of meer bootvormig.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Akkergoudsbloem
familieComposietenfamilie (Compositae of Asteraceae:)
info familieDe Composietenfamilie is op de Orchideeënfamilie na de grootste plantenfamilie. Meer dan een tiende deel van onze inlandse soorten behoren tot deze groep. Kenmerkend voor deze familie is de samenstelling van de bloem: elke ′bloem′ bestaat uit een aantal kleine bloempjes. Die kleine bloempjes hebben niet ieder een eigen kelk, maar ze worden bijeengehouden door een korfje of omwindsel van blaadjes. Zie voor meer informatie over deze familie Infoteksten/gele composieten elders op deze site.
geslacht Goudsbloem (Calendula)
info geslacht De bloemen staan elk op een afzonderlijke steel. De kleur van de bloemen is licht- of donkergeel tot oranje. De lintbloemen zijn lang en staan in twee of drie kransen. De onderste bladen zijn enigszins getand, bovenaan het breedst en naar de voet smaller toelopend. De vruchten zijn opvallend sikkelvormig gekromd.
naam Akkergoudsbloem (Calendul arvensis)
waar zonnige, open plaatsen op matig voedselrijke, meestal omgewerkte grond. Akkers, wijngaarden, braakliggende grond en bermen
bloei juni - oktober
kleur goudgeel
blad Spits, langwerpig, in het midden het breedst. Onderste bladen spatelvormig, kort gesteeld, gaafrandig of soms stomp getand. Bovenste bladen lancetvormig met een hartvormige, stengelomvattende voet
vrucht eenzadige dopvrucht of nootje. De buitenste nootjes zijn lijnvormig, recht of een beetje gekromd en gesnaveld. de andere nootjes zijn sterk gekromd en enigszins bootvormig. Tweezaadlobbig