Plooivoetstuifzwam

Plooivoetstuifzwam (Calvatia excipuliformis)

De Plooivoetstuifzwam is te herkennen aan de duidelijk aanwezige, vaak geplooide steel.
Kenmerken van het geslacht Bovisten  (Calvatia) waartoe Plooivoetstuifzwam behoort.

Tot dit geslacht behoren de Zwartwordende bovist, de Loodgrijze bovist, de Plooivoetstuifzwam, de Ruitjesbovist, de Reuzenbovist en de Grote kop-op-schotel.

Het vruchtlichaam van deze zwammen is zak- of peervormig. Het bovenste gedeelte verandert bij rijpheid in een stuivende sporenmassa en verdwijnt. Het steriele gedeelte blijft als een soort leeg kopje achter. Sporen olijf- of lilabruin.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - plooivoetstuifzwam
familieStuifzwammen (Lycoperdaceae)
info familieStuifzwammen behoren tot de klasse van de Gasteromyceten- Buikzwammen. De sporen van Buikzwammen zitten in een bol, knol of zak. In de bol, knol of zak zit een kiemvlies waarop de sporen groeien. Dit kiemvlies kan op verschillende wijzen aanwezig zijn. Vaak is er een soort van inwendige steeltje. En vaak is er het zogenaamde gleba aanwezig, een sponsachtig weefsel waarin zich een of meer holtes (kamers) bevinden. In de kamers zit het kiemvlies. Soms is er ook een sponsachtig weefsel waarin geen kiemvlies aanwezig is, dit weefsel wordt het subgleba genoemd. Voor een juiste determinatie is het altijd nodig om de vruchtlichamen open te snijden om te zien of er (sub)gleba aanwezig is. De vruchtlichamen scheuren bij rijpheid van de sporen aan de bovenzijde open, zodat een wijde, diep komvormige opening ontstaat, of er ontwikkelt zich aan de bovenzijde een kleine opening, waardoor de olijf- tot donkerbruine sporen door regendruppels of door aanraking worden weggeblazen.
Tot de familie Stuifzwammen behoren de Bovisten en de Stuifzwammen. De Stuifballen behoren inmiddels tot de familie Tulostomataceae. De Aardappelbovisten tot de familie Scleroderma.

Stuifzwammen zijn peer- of zakvormig. Jong hebben ze aan de binnenzijde wit vlees. Ze hebben een steelvormig gedeelte. De sporen worden uitsluitend in het bolvormig gedeelte gevormd en niet in de steel. Het subgleba is altijd meerkamerig. |
Belangrijk bij de Stuifzwammen is ook de soort stekeltjes op het bolletje. Kijk als eerste of je ze kunt wegkrabben en of er dan een netachtige structuur achterblijft. Ook de kleur van het onderliggende velletje is belangrijk.

Bovisten zijn bol- of peervormig. Sommige soorten hebben een korte steel. Ook hier hebben jonge exemplaren aan de binnenzijde wit vlees. Bij het ouder worden verandert alles in gleba, bruin gekleurd van de sporen. Het subgleba is afwezig of indien aanwezig, nooit meerkamerig.
Bovisten hebben geen stekeltjes op het bolletjes. Het oppervlak kan wat bemeeld, zemelig, korrelig of wrattig zijn.
naam plooivoetstuifzwam (Calvatia excipuliformis)
waar in loof- en naaldbossen, wegbermen, op allerlei bodems, vrij algemeen
sporeekleur olijfbruin
hoed Het vruchtlichaam is 8-15 cm hoog, eerst witachtig-beige. Oppervlak bedekt met korte, samengestelde stekels, na afvallen blijft geen netpatroon achter.
steel duidelijke, vrij lange, overlangs geplooide steel
plaatjes verstuivende sporenmassa