Grote houtbekerzwam

Grote houtbekerzwam (Peziza varia)

De Grote houtbekerzwam (P. varia) groeit op dood hout, maar ook op tal van andere substraten.
Voor een zekere determinatie is de microscoop nodig. De gladde sporen, de kraalvormige parafysen met gezwollen elementen en het 3-laags excipulum sleutelen naar P. varia.

Vruchtlichaam 25-60 mm in doorsnede, min of meer regelmatig komvormig, zittend of met korte steel.
Hymenium glad en donkerbruin-hazelnootbruin van kleur - excipulum hygrofaan, droog grijsbruin tot wit en vochtig donkerbruin, iets ruwig. Rand enigszins golvend.

Microscoop:
Ascosporen 14-16(-17.5) x 9-11(-12) mu, glad, bij extreme vergroting iets wrattig, hyalien, zonder oliedruppels.
Asci cilindrisch, minimaal 280 mu lang. Parafyses knotsvormig tot kraalvormig. Excipulum meerlaags - subhymenium met ronde-hoekige cellen, 5-12 mu breed - medullary excipulum bestaande uit 3 lagen, bovenste laag met ronde-hoekige cellen van 20-100 (-110) mu breed, middelste laag vervlochten, buitenste laag met 20-45 mu brede cellen, ectal excipulum met 15-20 mu brede, ronde cellen.

Habitat variabel - op hout, zandige of steenachtige, kalkrijke of zure grond, tussen vloertegels, in kelders, op brandplekken of op gebouwen, textiel of papierafval. P. varia komt ook voor op mest van herbivoren.

Op mest komt P. fimeti (Mestbekerzwam). Deze peziza onderscheidt zich van de rest door het enkellaags excipulum en het kleine vruchtlichaam (1-2 cm).
De Vroege bekerzwam (P. vesiculosa) heeft een groter vruchtlichaam (5-10 cm) en aanzienlijk grotere sporen.

Zie ook:

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - grote_houtbekerzwam
familieBekerzwammen (Pezizaceae)
info familieBeker- of kelkvormige paddenstoelen. De sporen worden gevormd aan de binnenzijde van het vruchtlichaam. De bekervorm zorgt ervoor dat regenwater de sporen doet wegspatten. Ook de wind heeft zo vat op de sporen.
naam grote_houtbekerzwam (Peziza varia)
waar op dood hout in loofbos, rijk zand
sporeekleur wit
hoed 25-60 mm, komvormig, zittend of kort gesteeld, hymenium glad, donker- tot hazelnoot bruin, excipulum droog grijsbruin tot wit, vochtig donkerbruin, iets ruwig
steel zittend of zeer kort gesteeld
plaatjes ascosporen 14-16(-17.5) x 9-11(-12) mu, glad, bij extreme vergroting iets wrattig, kleurloos, zonder oliedruppels.