Grijze bisschopsmuts (Racomitrium canescens)

Grijze bisschopsmuts


Te herkennen aan de grijsgroene kleur ( Gewoon duinsterretje is heldergroen-geel) en de opvallend witte punt (of dit een glashaar is of een lange punt, daarover bestaat discussie). De tanden zijn naar voren gericht (haaks afstaand bij de Wollige bisschopsmuts). De nerf is in de bovenste bladhelft zo breed, dat deze niet meer als zodanig te herkennen is.
In Nederland worden officieel drie variŽteiten van de Grijze bisschopsmuts onderscheiden, nl. var canescens (zandbisschopsmuts), var intermedium (hakige of wollige bisschopsmuts) en var ericoides (geveerde bisschopsmuts).
Var canescens komt veel in de duinen voor in gezelschap van Duinsterretjes en Cladonia's. De soort indiceert lichte oppervlakkige ontkalking van het van oorsprong kalkrijke duinzand en komt derhalve veel voor in de kalkrijke duinen, maar ook wel noordelijker bijv. in zones langs schelpenpaadjes op de Waddeneilanden.
Bij de Zandbisschopsmuts reikt de nerf slechts tot 1/2 tot 3/4 van de bladlengte. De tophelft van het blad is ondiep gootvormig. De stengel is onregelmatig vertakt met zeer korte takken met perigoniën. De andere variëteiten hebben een langere nerf. Var intermedium en var ericoides komen in een geheel ander milieu voor.

Klik op de afbeelding voor vergrote weergave met beschrijvende tekst

SPECIFICATIES - Grijze_bisschopsmuts
familieMuisjesmosfamilie (Grimmiaceae)
info familieMossen uit deze familie zijn gemiddeld groot en groeien vaak in pollen of kussens. De bladeren eindigen vaak in een lange glashaar. Veel van deze mossen groeien op steen.
Tot deze familie behoren de geslachten Grimmia (Muisjesmos), Racomitrium (Bisschopsmuts) en Schistidium (Achterlichtmos).
geslacht Bisschopsmuts (Racomitrium)
info geslacht Middelgrote planten - wit, grijs, geel- of bruingroen tot donkerbruin. Stengel meestal met veel korte zijtakjes. Het blad is droog recht tot enigszins naar één zijde gebogen, vochtig recht-afstaand tot teruggebogen, smal eivormig tot smal lancetvormig, meestal met glashaar. De glashaar is getand, dicht papilleus en loopt lang af langs de bovenaan grof getande bladrand. Verderop is de bladrand gaaf en teruggebogen of -gerold. De nerf reikt tot aan de bladtop.
Het sporenkapsel is recht, eivormig tot eivormig-cilindrisch en aan de basis iets opgezwollen. Het deksel is lang gesnaveld, het huikje is kaal. De peristoomtanden zijn verdeeld in 2, soms 3, draadvormige tanden.
naam Grijze_bisschopsmuts (Racomitrium canescens)
waar grof zand en gruis, vooral op kalkrijk duinzand
rijpe kapsels april - mei
specifiek -
blad met sterk getande, melkwitte glasharen (melkwit bij droogte!), tanden naar voren gericht
sporenkapsel kapsel op lange rechte kapselsteel